Ter hoogte van het Waterlooplein lag jarenlang een houten ophaalbrug over de Amstel tussen de stad en het eiland Vlooienburg. Zij had toen net als andere bruggen over de Amstel de vorm van de Magere Brug.

Het gemeentebestuur van Amsterdam wilde echter een nieuwe brug in verband met het laten rijden van een tramverbinding. Ze wilde daarbij een brug van luxe aanzien, mede om te kunnen pronken tijdens de Koloniale Tentoonstelling van 1883. Stadsarchitect Bastiaan de Greef en zijn assistent Willem Springer werden gevraagd met een ontwerp te komen. Zij kwamen met een brug in de stijl van de Pont Neuf uit Parijs. Een probleem daarbij was dat als de bogen van de Pont Neuf overgezet werden naar Amsterdam de brug in de modder zou wegzakken. Derhalve werd er gekozen voor kortere bogen. Wat wél mee is gekomen naar Amsterdam zijn de stevige brugpijlers, in Parijs nodig om ijsschotsen in de snelstromende Seine van de brug af te houden, maar in wezen nutteloos in de traag stromende Amstel.

De brug werd in 1883 opengesteld. Na opening barstte kritiek los, de brug werd te pompeus gevonden voor Amsterdam.