Dit artikel is eerder verschenen in de Uitkrant
Tekst: Sara Luijters

Een jaar geleden, op 4 januari 2019, kreeg hij het slechte nieuws: slokdarmkanker, met uitzaaiingen naar de lever en de lymfen, stadium 4. Bob Fosko, de artiestennaam van Geert Timmers, was net klaar voor een reünie met zijn lawaaiband de Raggende Manne, legendarisch in de jaren negentig vanwege de hit Poep in je hoofd (‘Zal ik jou eens even lekker in je bek schijten, of heb je al poep in je hoofd?’). Een tournee was geboekt en een nieuw album, het eerste sinds 1998, lag klaar: Alles kleeft. Hij besloot, ondanks de kanker, door te gaan met alles, met hulp van gastzangers, zoals Ryanne van Dorst en George Kooymans. Het is typerend voor Bob Fosko, die nog overal veel zin in heeft, ook al is het onzeker hoe lang hij nog te leven heeft.

We spreken af in zijn tweede huiskamer, café Bombarie op de Oostelijke Handelskade, waar zijn oudste zoon Thijs mede-eigenaar van is. Hij woont al sinds begin jaren negentig in een huis even verderop, met zijn vrouw Vera en drie kinderen. Na het bericht over zijn ziekte was er weinig hoop, maar een jaar later is hij er nog. Al hoorde hij gisteren meer slecht nieuws: de kanker is door de chemotherapie nu ook naar zijn hoofd uitgezaaid. En toch zit hij hier en ziet hij er ontspannen uit. Soms verontschuldigt hij zich dat hij even moet zoeken naar een woord of een naam. ‘Iedereen zegt dat ik alles onthoud, maar ik merk zelf dat het wel wat minder wordt, hoor. Accordeon spelen bijvoorbeeld, is opeens ook lastiger aan het worden. Het kost me meer energie.’ En over de situatie: ‘De behandeling, chemotherapie en bestraling, duurde van januari tot en met december, dat was vrij pittig. Er zat ook een risico aan de chemotherapie, dat de kanker je hoofd in loopt via afbrekende poortwachters van de lymfeklieren. Omdat ik allerlei klachten kreeg, zoals slechter horen en last van gesuis, ben ik weer onderzocht. De foto’s gisteren toonden aan dat het nu ook in mijn hoofd zit.’

Bob Fosko

MAZZEL

‘De afgelopen periode heeft me de gelegenheid gegeven na te denken over mijn leven, en hoe het verder moet. Dat ik 2020 heb gehaald, is al heel wat; in eerste instantie dachten we dat ik nog geen drie maanden meer zou duren. Het is voor een deel pech, maar alcohol en sigaretten zijn ook zeker een oorzaak. Ik ben nooit een stevige drinker geweest en op mijn dertigste ben ik gestopt met roken, maar regelmatig drinken en lang roken is al genoeg om het risico te vergroten. Aan de andere kant: een mensenleven is een mensenleven. Gemiddeld worden we tachtig jaar. Ik haal, als ik mazzel heb, dit jaar de 65. Ik heb flink geleefd, ik kan straks niemand aanklagen en zeggen: wat maak je me nou?’’

Fosko vindt het prima om te praten over zijn ziekte, maar hij wil het ook graag over zijn nieuwe album met Groep Fosko hebben: Van iets maken word je blij. ‘Toen bekend werd wat mij boven het hoofd hing, ontstond het idee een derde album uit te brengen met bestaande opnames. Die hebben we gemixt en nu is het af. De reacties zijn heel goed tot nu toe. We zijn een groep oude muzikanten, een vriendengroep die een plaat maakt, zonder grote marketing- of pr-machine achter ons. Die ambitie heb ik ook helemaal niet, het was vooral leuk om te doen.’

Een deel van de nummers is opgenomen in het vakantiehuis van Fosko in Frankrijk, tijdens het maken van het tweede album. ‘De akoestiek was er goed, we voelden geen druk, want we hadden alle tijd: iedereen logeerde bij ons in huis of in de buurt. Groep Fosko is bijna als een soort familie, mijn dochter Ella is de zangeres, de rest ken ik al heel lang.’

Op 11 maart presenteren we het album in Paradiso. Of Fosko zelf op het podium kan staan, is nog even de vraag. ‘Ik hoop van wel, maar mijn oncoloog zegt dat er een kans is dat de tumor in mijn hoofd zich niet positief ontwikkelt – ik kan zelfs buiten bewustzijn raken. Maar ze zegt verder ook dat ik alles moet doen wat ik wil doen. Paradiso gaat sowieso door, in welke vorm moeten we nog even zien.’

Het huis in Frankrijk hebben ze afgelopen zomer na zestien jaar verkocht: ‘Het leek ons leuk als familiehuis voor de kinderen, maar zij hebben het nu te druk om regelmatig die afstand van 1000 kilometer naar Frankrijk te rijden. Zo’n huis heeft toch onderhoud nodig. En we hebben er ook nog iets aan overgehouden, voor de toekomst. Dat was altijd de insteek, want ons huis in Amsterdam huren we. Dat het voor mij al zo snel klaar zou zijn, hadden we toen natuurlijk niet bedacht.’ Hij bestelt twee witte wijn. ‘Proost! Dat we hier nu zitten te praten, dat er een nieuwe plaat uit is, dat ik eind deze maand met Vera naar Frankrijk ga: dat soort dingen zijn een heerlijk toetje.’

Geld is voor jou nooit een drijfveer geweest om iets te doen?

‘Nee, ik vind geld niet zo belangrijk. Ik heb nooit een nieuwe keuken gekocht, want die bouwde ik zelf. Vera en ik begonnen in Amsterdam in 1980, in een kraakpand hier in de buurt – er was woningnood, net als nu. Vera kreeg een vaste baan bij de NOS en daardoor had ik de ruimte om dingen te doen die ik leuk vond: acteren en muziek maken. Natuurlijk moest ik ook geld verdienen, dat deed ik eerst als acteur bij politietrainingen, dan mocht ik agenten uitschelden. Later ging ik reclamespotjes inspreken, dat doe ik nog steeds. Vorig jaar nog voor De Kijkwijzer. Mijn manager zei ooit dat ik de rest van mijn leven mijn centen had kunnen verdienen met de Raggende Manne, maar de rek was er destijds na tien jaar wel uit. Iets moet de waard zijn om te blijven doen, anders werkt het niet voor mij. Ik ben geen jonkie meer, dat realiseer ik me ook. Er komen nieuwe mensen op het toneel. Op een gegeven moment krijgt iedereen genoeg van je, zo gaat het. Mensen weten het nou wel met die Fosko – dat is tenminste mijn analyse.’

Je hebt actief bijgedragen aan campagnes van de SP, in de tijd van Jan Marijnissen. Je kreeg de Gouden Tomaat uitgereikt voor je inzet. Wat sprak je aan in die partij?

‘Ik ben niet echt een partijman, maar in die periode lag mijn hart wel bij de SP. Ik was scholier in de jaren zeventig, links en actief. Eigenlijk ben ik nog steeds die jongen van toen, met dezelfde idealen. Mijn gezin, creativiteit, kunst was altijd belangrijker dan geld verdienen. Het bedrijfsleven dicteert nu alles, daar heb ik veel moeite mee. Alles is tegenwoordig op geld gericht, het is mijn wereld niet meer zo. Sommige mensen vinden dat naïef. Ik ben niet meegegaan met de tijd, ik heb me nooit voor geld geïnteresseerd. En als ik me eens met geld of de zakelijke hoek ging bemoeien, liep het meestal mis, haha. Mijn zoon heeft al een veel beter besef van zakendoen, als horecaondernemer. We hebben de kinderen geleerd dat vrijheid belangrijk is en dat risico’s nemen erbij hoort als je je eigen gang wil gaan.’

Heb je een ‘bucketlist’?

‘Ik heb alles gedaan wat ik wilde doen in mijn leven, ik hoef nu niet opeens uit een vliegtuig te springen met een parachute. Als gezin zijn we niet klef, maar wel heel hecht. Kwaliteitstijd is belangrijk nu we weten dat het einde in zicht komt: samen eten, iets leuks doen. Laatst zijn we met onze drie kinderen naar Parijs geweest, dat was te gek.’

Je komt over als een heel optimistisch persoon, toch heb je in het verleden ook een depressieve periode meegemaakt.

‘Ik zat in de overgang; bij vrouwen merk je dat veel duidelijker, maar mannen hebben er ook last van. Anderhalf jaar lang ben ik doodongelukkig geweest, en het duurde nog eens anderhalf jaar om daar weer uit te komen. Ik was overspannen, ik kon geen kant meer op, was helemaal vastgedraaid. Ik nam de verkeerde klussen aan, het klikte niet met collega’s. Ik had nooit van mezelf verwacht dat mij zoiets kon overkomen, ik dacht altijd: niet zeuren, gewoon doorgaan! Maar opeens werkte dat helemaal niet meer. Vera heeft me er doorheen gesleept. En de muziek.’

Durf je nog na te denken over de toekomst?

‘De oncoloog vroeg of ik wilde weten hoe de toekomst eruitziet. Ik zei: ‘Als ik heel eerlijk ben, doe maar niet. Ik wil niet leven met die kennis. Het gaat hartstikke goed, ik meld me wel weer als er complicaties zijn.’ De kans dat ik het ga overleven is nihil. Ik leef bij de dag, dat is de afspraak die ik met Vera en de kinderen heb. Het zou leuk zijn als ik de 65 nog kan aantikken. Een reisje maken, de plaat die uitkomt – verder denk ik niet. Ik heb geen grote ambities meer. Er is voldoende gezegd en gedaan. Het klinkt ongeloofwaardig, en ik wil helemaal niet als een positiviteitsgoeroe klinken, maar dit is eigenlijk een hele leuke, mooie tijd.’

Je had ook kunnen instorten na het slechte nieuws.

‘Nee, daar ben ik artiest voor, denk ik. Ik heb wel vaker voor onzekere situaties gestaan en gedacht: laten we ervan maken, wat er van te maken valt. Die houding sleept me er nu ook doorheen.’

Van iets maken word je blij, is de titel van het album. Het is jouw credo?

‘Ik ben altijd op de dingen afgegaan; het is beter om iets te doen, dan iets niet te doen. Vera en ik kregen al jong kinderen, onze kinderen werden ook weer jong ouders – ik heb vijf kleinkinderen. Dat maakt wat mij nu overkomt ook wel een stuk draaglijker; ik heb een heel mooi leven achter me. Ik heb nooit de ambitie gehad om heel oud te worden, tegelijk zag ik ook nooit tegenop, want ik ben met Vera, zij is mijn maatje. We zijn al 42 jaar samen, een match made in heaven.  Dat ik binnenkort al doodga, vind ik dan ook vooral heel vervelend voor haar, de kinderen en kleinkinderen. Zelf heb ik niet zo veel te klagen, ik heb een heel goed leven gehad.’ 

Geert Timmers

Werd geboren in 1955 in Baarn

Overleden 28 februari 2020

Ging naar de Academie voor Expressie in Utrecht

• Zat van 1988 tot 2019 in de band de Raggende Manne, die vrij spontaan ontstond naar aanleiding van een jamsessie

• Speelde van 1993 tot 2016 in verschillende tv-series, zoals Bureau Kruislaan, Baantjer, Blauw Blauw en GTST

Vormde met Ruben van de Meer, Bart Vleming en Ad de Feyter in 1996 het succesvolle Hakkûhbar, een parodie op de gabberscene. Onder andere bekend van de nummer 1-hit Daar is gabbertje

• Hij acteerde in de musicals The Blues Bothers, My Fair Lady, De Jantjes en Kerstmis in de Jordaan

Schreef in 2014 het campagnelied voor de SP met Nico Brandsen: Een mens is méér.

Is de stem achter de reclame van Cup-a-soup: ‘Vier uur. Cup-a-Soup. Dat zouden meer mensen moeten doen!’

• Stond meerdere keren op de Parade, o.a. met Nog meer rottigheid (2006, hiervoor ontving hij De Mus, de prijs voor meest karakteristieke voorstelling), Nachtwakers (2010), Helemaal niks aan jou (2011) 

• Heeft sinds 2019 een column in Nieuwe Revu (‘Zolang het kan’)

• Vormt sinds 2005 Groep Fosko met een groep bevriende muzikanten. Hun derde album Van iets maken word je blij wordt deze maand gepresenteerd in Paradiso