Tekst door Kim van der Meulen

Zo veel mogelijk Amsterdammers het theater in krijgen, dat wil Lebbis voor elkaar krijgen met zijn nieuwe solovoorstelling. Het wordt dan ook een lokale tour: Het Amsterdam Verhaal is grotendeels te zien op Mokumse locaties, zoals Theater Bellevue en De Kleine Komedie. Wie de show in eigen stad mist, moet naar één van de twee voorstellingen in Rotterdam – Lebbis zet de ambulance vast klaar. Of is dat niet nodig? Zijn Amsterdammers niet zó voorspelbaar? Is er eigenlijk iets wat de inwoners van onze stad uniek maakt? En hoe is de stad geworden zoals die nu is?

De Almeerse droom

Lebbis

‘Pas als je je echt in de stad verdiept, realiseer je hoe weinig je ervan weet’, zegt Lebbis, die bekend werd met zijn vlijmscherpe grappen en snelle stand-upstijl. Hij is geboren in de Watergraafsmeer. ‘Ik heb wel een miljoen keer tussen Oost en Zuid gefietst, waar ik op school zat en later naar Toomler ging. En de binnenstad ken ik, maar die begin je na een tijdje te mijden als de pest natuurlijk. De rest van de stad: West, de Bijlmer, Osdorp – daar kwam ik nooit.’ Voor zijn voorstelling zocht Lebbis dus alle hoeken van de stad op, maar hij dook ook in de geschiedenis van Amsterdam– nogal een klus, want die gaat terug tot 1270. Rond dat jaar legden boeren, vissers en schippers uit het Waterland een sluisdam aan in de Amstel (waar nu het monument op de Dam staat). Voilà: een haven. En daarmee kwamen er ook vreemde invloeden van buitenaf. ‘Amsterdam is een doorvoerstad, dat heeft deze plek gevormd. Nog steeds is dat zo. Van studenten en immigranten tot mensen die hier gewoon twintig jaar wonen en dan verhuizen: iedereen neemt een stukje mee naar de stad. En er vertrekken ook weer Amsterdammers. Heel de Jordaan is leeggelopen, die zijn in de jaren vijftig allemaal naar Lelystad en Almere gegaan. Al die romantische liedjes ten spijt; het was er een teringzooi, mensen waren blij dat ze een huis met tuin konden krijgen.’

Drukte is relatief

Het stadsdeel waar de cabaretier opgroeide, was er in de dertiende eeuw trouwens nog niet: voor de Watergraafsmeer moest in 1629 een polder drooggelegd worden. ‘Er is zó veel informatie. Ik kreeg zelfs van iemand een boek uit 1896, over het Amsterdam van vroeger. Niet doorheen te komen natuurlijk, maar heel mooi, met oude zeefdrukken. Nog steeds komen mensen naar me toe met hun verhalen. Je zou van elke wijk in Amsterdam wel zo’n voorstelling kunnen maken.’ Een idee? ‘Nou, ik wil nog andere dingen doen, hè. Maar het zou wel te gek zijn als andere cabaretiers dat oppakken, ja, van hun eigen buurt. Of landelijk zelfs: een show van elke stad.’

Wat overigens ook nog uit de research bleek: de rolkoffertjes en Nutellawinkels waren er misschien niet in de middeleeuwen, maar druk is de stad altijd geweest. In 1900 woonden er 800.000 mensen in de stad – nu maar 50.000 meer, terwijl de stad veel groter is dan toen. Het verhaal van Amsterdam is dan ook een historisch verhaal, maar Lebbis benadrukt: ‘Ik probeer ook een beetje te duiden wat een Amsterdammer is – en waarom hij een metafoor is voor de mensheid. Amsterdam is de wereld in het klein.’ Een tikkie arrogant? ‘Dat zeggen anderen. Ik noem het zelfverzekerd.’

Het Amsterdam Verhaal is in april o.a. in Podium Mozaïek en De Meervaart te zien. Voor meer informatie kijk op lebbis.nl.