Tekst: Erik Schmitz, Stadsarchief

Amsterdam toen Stadsarchief

Borgerstraat gezien vanaf de kruising met de Jan Pieter Heijestraat, 1910-1913

Het lijkt eerder een oploopje dan een opstootje, deze samenscholing van kinderen op een zomernamiddag in de Borgerstraat in Oud-West. Vanuit portieken kijken volwassenen toe, een enkeling hangt uit het raam of staat op het balkon, ongetwijfeld gealarmeerd door het volume van de kinderstemmen. Een man richt zich tot de groep, met de uitstraling van een onderwijzer die hier zijn gezag laat gelden. Dan valt ook het groepje achter hem op, waar de kinderen braaf in een rijtje staan te wachten tot de orde is hersteld. Gaat het dan om een schooluitstapje en hebben daarom zoveel meisjes feestelijke hoeden? Even verderop in de straat waren inderdaad twee scholen. Er is wel wat leeftijdsverschil tussen de kinderen, dus het blijft zo’n ongrijpbaar historisch raadseltje. Een moment dat sommige kinderen zich misschien hun hele leven zijn blijven herinneren, terwijl het voor anderen een doodgewone dag in een Amsterdamse volksbuurt was, waar de dagen zich aaneenregen zoals de huizen in deze eindeloze straten zonder groen. Waar de wolken ‘omrand door zolderramen, langs de lucht bewegen’ zoals dichter J.C. Bloem het beschreef in De Dapperstraat. En waar dezelfde simpele loper overal de deur opende, of het nou in De Pijp, de Dapperbuurt of hier in Oud-West was.

De kinderen lijken zo weggelopen uit een schilderij van Breitner of Israëls, wat ons er nog eens aan herinnert dat het straatleven dat zij vastlegden zich over de hele stad uitstrekte, ook in dit soort weinig schilderachtige buurten. Wie goed kijkt, ziet in de verte een door twee paarden getrokken wagen naderen. Twee mannen zitten hoog op de bok. Glazenwassers hebben rechts hun hoge ladders steil tegen de gevels gezet. De winkel op de hoek, in ‘Drogerijen.Verfwaren’, zoals de winkelruit meldt, heeft lijsten met verkrijgbare artikelen bij de deur uithangen. Voor zover nog leesbaar: zeegras en varens (als matrasvulling), harde en zachte kousjes (voor de gasverlichting), glansvernis, terpentijn, lijnolie, kwasten en penselen. Een ‘bezem met stok compleet’ kostte er 22,5 cent. 

Die kinderen hebben de hele twintigste eeuw nog voor zich. Tijdens hun leven zal de straat zich vullen met fietsen en auto’s, er zullen nieuwe bewoners komen en tenslotte zal een groot deel van de huizen worden gesloopt en vervangen door nieuwbouw. Die volwassen werkelijkheid is hier nog ver weg. Misschien is dat nog het mooiste: de kinderlijke onbevangenheid waarin alleen het moment telt, het oploopje op een zomernamiddag in Amsterdam, aan het begin van een nieuwe eeuw.

En zo ligt de Borgerstraat er nu bij:

Amsterdam terugblik Sharon Hansma

Meer toen en nu foto's? Check @thenandnowamsterdam op Instagram.