Tussen Noord en Zuid
Maya Inès Touam groeide op in Parijs, waar ze afstudeerde aan de kunstacademie. Tegelijkertijd voelde ze zich sterk verbonden met Algerije, het thuisland van haar vaders familie en het land dat haar grootmoeder van moederskant in 1953 had achtergelaten, in de periode voorafgaand aan de Algerijnse Onafhankelijkheidsoorlog (1954–1962). In haar jeugd werd vaak in dichotomieën gesproken over Europese en Noord-Afrikaanse culturen: zwart en wit, goed en kwaad, centrum en periferie, en kolonisator en gekoloniseerde. Touam vermijdt zulke artificiële polariteiten in haar artistieke praktijk. Met een diep gevoel voor geschiedenis vlecht ze in haar digitale collages verhalen, beeldtalen en voorwerpen van verschillende culturen samen.
Inspiraties van vormen, verhalen, mythes en meesterwerken
Maya Inès Touam presenteert haar foto’s op dragers met een eigen geschiedenis: panelen van christelijke altaarstukken, gotische spitsboogvormen, herinterpretaties van glas-in-loodramen, Almoravidische architectuur, Aziatische kamerschermen en alledaagse voorwerpen zoals dienbladen. Door elk werk loopt een netwerk van verwijzingen en betekenislagen.
Dit geldt ook voor de foto’s zelf. Sommige werken zijn herinterpretaties van overgeleverde verhalen, zoals de mythe van Icarus of een Senegalees volksverhaal. Daarnaast zijn de kleuren en composities in veel werken terug te voeren op fenomenen uit de westerse kunstgeschiedenis, zoals religieuze iconografie, vanitasstillevens en fauvistische kleurexperimenten.
Met name Henri Matisse komt naar voren als grote inspiratiebron: Touam maakte stillevens gebaseerd op zijn werkwijze van abstraheren en componeren, of citeert de composities van individuele werken. In muziektermen zou je kunnen spreken van een kunstenaar die met het ‘samplen’ van eerder werk tot een volstrekt eigen en eigentijds geluid komt. Tegelijk is het citeren van meesterwerken een elegante manier om als Frans-Algerijnse vrouw het domein van de dominante westerse kunstgeschiedenis te betreden.