In samenwerking met Singer Laren

Het ontstaan van de privéverzameling

Privécollecties en schenkingen vormen vaak de basis voor tentoonstellingen, en soms zelfs voor een heel museum, zeker in het begin van de vorige eeuw. Verzamelaars kochten grote stukken op, steunden jonge kunstenaars en legden enorme verzamelingen aan. Wanneer zo’n verzameling dan publiek tentoongesteld wordt, voor of na de dood van de verzamelaar, dan is – voilà – een museum geboren. Ook het Singer Laren is zo’n privéverzameling-turned-museum. Het Amerikaanse echtpaar Anna en William Singer legde vanaf begin 20e eeuw een flinke kunstcollectie van vooral modernistische werken aan. Na het overlijden van William liet zijn vrouw in 1953 een museum en een concertzaal aan hun Larense villa bouwen. Het markeerde het begin van Museum Singer Laren, dat in ruim zestig jaar uitgroeide tot dé plek voor impressionisme en modernisme in Nederland. Het modernisme kenmerkt zich door een drang om te experimenteren en het scheppen van een afstand tussen het kunstwerk en de werkelijkheid, bijvoorbeeld door abstractie (denk Mondriaan) of de nadruk op het kunstwerk als idee (denk Ceci n'est pas une pipe). In Singer Laren zijn werken te zien van kunstenaars als Anton Mauve, Jan Sluijters, Kees van Dongen, Leo Gestel en Bart van der Leck. Er is ook een collectie beelden, waaronder De Denker van Auguste Rodin, én een theater.

Nieuwe vleugel

Na een grondige renovatie is er nu een nieuwe vleugel, vernoemd naar de Collectie Nardinc, die aan het museum werd geschonken door Els Blokker-Verwer. Door de uitbreiding is er nu – naast alle wisselende exposities – ruimte voor een permanente tentoonstelling. De vleugel bestaat uit vijf nieuwe tentoonstellingszalen, een galerij, een Tuinkamer als ontvangstruimte, een filmzaal en een museumwinkel. "De schenking van deze collectie – en de uitbreiding van ons museumgebouw met de Nardinczalen – is een droom die uitkomt", vertelt museumdirecteur Jan Rudolph de Lorm. "Door het samenvoegen van de Singer-collectie van Nederlands impressionisme en de collectie met werk van de (ultra)modernisten, kunnen we vanaf nu het Nederlands modernisme op het hoogste niveau tonen."

Topstukken die je niet mag missen

Het topstuk uit de collectie? Dat moeten Portret van Greet van Cooten en Café de Nuit van Jan Sluijters zijn. Maar ook niet te missen is Jan Toorops Voor de werkstaking (donkere wolken). Ruim veertig werken van Jan Sluijters zitten er in de Collectie Nardinc. Het werk van Sluijters loopt als een rode draad door de tentoonstelling, tussen sleutelwerken van andere Nederlandse modernisten zoals Leo Gestel, Kees Maks, Carel Willink, Kees van Dongen, en Charley en Jan Toorop. In de nieuwe zalen spat het schilderplezier van de doeken af, met landschappen, fleurige bloemenpracht, danseressen en portretten. Kunst waar je vrolijk van wordt op een druilerige maart-middag.