Rijke Amsterdammers 

In de zeventiende eeuw werd het gebied dat nu de Bollenstreek is – en tot die tijd boerengebied was – populair bij rijke kooplieden en aristocraten uit de grotere steden, waaronder Amsterdam. Ze konden zich naast hun villa in de stad nog een zomeroptrekje veroorloven, en lieten op het platteland luxe buitenplaatsen bouwen. Zo’n buitenplaats was er voornamelijk voor het vermaak, maar bij de grote landgoederen hoorden ook akkers en weilanden, boomgaarden, moestuinen en kassen. De meeste buitenplaatsen zijn inmiddels afgebroken, maar er bestaan nog er nog een paar: ’t Hof van Hillegom, Keukenhof in Lisse, Huis ter Leede en Het Oude koningshuis in Sassenheim, Oostergeest en Leerust in Warmond, Landgoed de Olmenhorst, Calorama in Noordwijk en Klein Leeuwenhorst in Noordwijkerhout. 

Na de Franse Revolutie raakten veel van de landgoederen in verval. In de moestuinen begonnen de tuinlieden die achter bleven te experimenteren met planten en bloemen. Al snel werd duidelijk dat de zandgrond in het gebied uitermate geschikt was voor tulpen, hyacinten en narcissen.

Van Haarlem naar de Bollenstreek

Tot de negentiende eeuw was de bloembollenteelt vooral gecentreerd rondom Haarlem, maar rond de eeuwwisseling werden bloembollen minder exclusief en dus ook populair bij de minder rijken. De vraag naar bloembollen steeg. De boeren trokken van Haarlem naar het zuiden, waar nog voldoende ruimte was en de zandgrond perfect voor de teelt. Het nieuwe stoomgemaal bij Katwijk dat in 1880 gebouwd werd gaf nog een extra boost, en de grootschalige bloembollenteelt in de Bollenstreek was een feit.

Overal in de Bollenstreek ontstonden bedrijven die gespecialiseerd waren in de teelt en de behandeling van bloembollen. Vooral het begin van de twintigste eeuw was een gouden periode voor de Bollenstreek. Rijke bloembollentelers en -handelaren bouwden steeds grotere boerderijen en luxe villa's. Veel van deze villa's, met namen als Bloemlust en Hyacintha, zijn bewaard gebleven. 

Bollenschuren

Bollenschuur in Hillegom

Het meest opvallende element in het landschap van de Bollenstreek zijn de bollenschuren. De bollenschuren werden speciaal gebouwd voor het drogen van de bollen, dat weken kon duren. Die oude bollenschuren van voor de Tweede Wereldoorlog zijn voor de moderne bloembollenindustrie niet geschikt en een groot deel van de ooit 1500 exemplaren werd dan ook afgebroken. Zo’n 25 jaar geleden rees het besef dat de bollenschuren van cultuurhistorisch belang zijn: voor de Bollenstreek net zo uniek als de pakhuizen in Amsterdam. Verschillende schuren hebben een rijksmonumentenstatus gekregen en staan nog overeind.

Kleurexplosie

Bloemenvelden Amsterdam

Tegenwoordig barst de regio iedere lente uit zijn kleurrijke voegen als de miljoenen bloemen in bloei staan. De eerste bloemen bloeien in januari en de show duurt tot eind mei, wanneer de lelies eindelijk uitgebloeid zijn. De beste tijd om de bloemenstreek te bezoeken is dan ook van half maart tot half mei. De beste tijd om tulpen te zien is half april, wanneer het Tulpenfestival Amsterdam overneemt en het beroemde bloemencorso begint aan zijn 40 km lange route naar Haarlem (tijdens het Bloemencorso Bollenstreek op de eerste zaterdag na 19 april rijden de praalwagens van Noordwijk aan Zee via Voorhout, Sassenheim, Lisse, Hillegom, Bennebroek en Heemstede naar Haarlem).

Keukenhof

Een van de grootste attracties in de regio is de Keukenhof, 's werelds grootste bloementuin en een thuis voor meer soorten tulpen dan je je kunt voorstellen. De Keukenhof is gevestigd op een gedeelte van het landgoed van Kasteel Keukenhof, ontstaan in 1642 toen er een hofstede werd gebouwd in het ‘keukenduin’ van slot Teylingen. Het keukenduin was een stuk duingebied rondom het slot Teylingen waarvan de opbrengsten, zoals wild, vee en kruiden en bessen, bestemd waren voor de huishouding van het slot. 

Later werd de Keukenhof verfraaid met torens, waardoor het van hofstede naar kasteel ging. In 1857 werd het park heringericht door dezelfde tuinarchitecten die later ook het Vondelpark in Amsterdam ontwierpen. De eerste bloemententoonstelling op het landgoed werd in 1939 georganiseerd op initiatief van de toenmalige burgemeester van Lisse en een aantal vooraanstaande bloembollenkwekers. Het werd een jaarlijks terugkerend evenement waar inmiddels 91 hofleveranciers aan meedoen.

Bloemenveiling 

Bloemenveiling Aalsmeer

De enorme schaal van de bloemenindustrie is goed zichtbaar (en te bezichtigen) bij de bloemenveilingen in Aalsmeer (Royal FloraHolland). Als reactie op de toegenomen macht van de tussenhandel bundelden kwekers in Aalsmeer in 1911 hun krachten met veiling Bloemenlust, met als veilingplaats het plaatselijke café Welkom. Een paar maanden later werd de Centrale Aalsmeerse Veiling opgericht, met een veiling in café De Drie Kolommen. Beide veilingen zagen hun omzet al snel groeien en toen de sector verlegen zat om een nieuw veilingcomplex met voldoende ruimte om uit te breiden, besloten de veilingen Bloemenlust en de Centrale Aalsmeerse Veiling dan ook te fuseren. De organisatie ging verder als Bloemenveiling Aalsmeer. Het nieuwe complex aan de Legmeerdijk had meteen een omvang van negen hectare. Verdere uitbreidingen volgden en het veilinggebouw is op dit moment het grootste overdekte handelsgebouw ter wereld.

Bloemenkunst

Bloemen zijn door de eeuwen heen een inspiratie geweest voor veel grote schilders en kunstenaars. Er zijn maar weinig thema's die zo'n breed scala aan kunst omvatten en zoveel verschillende kunstenaars inspireren, dus de regio herbergt verschillende musea gewijd aan bloemen. Museum De Zwarte Tulp, in het centrum van Lisse, onderzoekt de geschiedenis van de bloemenstreek, het ontstaan en de evolutie van de bloembollenteelt en de wetenschap achter de ontwikkeling van nieuwe soorten tulpen. Het Flower Art Museum organiseert tentoonstellingen rond de representatie van bloemen en planten in hedendaagse kunst.