Hoe ontmoeten we elkaar nog?
In 1987 werd het laatste gezang opgenomen van de inmiddels uitgestorven Moho-vogel: een roep naar een partner die nooit meer zou antwoorden. Een lied gezongen in leegte. Voor maker Reza Mirabi riep dat geluid een herinnering op aan een tekst die hij als kind leerde kennen – Mantiqut-Tayr, of De samenspraak van de vogels, een twaalfde-eeuws soefi-gedicht. Daarin komen vogels van over de hele wereld samen rond één vraag: hoe reageren we op een wereld die uit elkaar lijkt te vallen?
Die vraag is sindsdien niet minder urgent geworden.
Reza vertaalt deze eeuwenoude allegorie naar het heden in Language of the Birds. Het combineert choreografie voor twee dansers, Gustavo Ciríaco en Mathilde Bassetti, met livemuziek van Saba Alizadeh op de kamancheh (een Perzisch snaarinstrument) wordt vermengd met elektronische en noise-elementen, muziek van singer-songwriter Astønne, met percussionist Khaled Abdou, en live storytelling door Sher Doruff.
De zoektocht van de vogels naar een leider wordt doorkruist door echte verhalen: twee zussen die in Gaza de vogels tellen die nog over zijn, dierenartsen die in Delhi duizenden roofvogels redden, een tsunami-overlevende op de Nicobaren die door vogels werd gewaarschuwd, een duif die spreekt vanaf de daken van Teheran.
De voorstelling zoekt geen definitieve antwoorden en velt geen oordeel. Ze opent ruimte voor aandacht, voor luisteren, voor de vragen die we zelden hardop stellen. Hoe ontmoeten we elkaar nog, over afstand, verschil en ontwrichting heen? Die stemmen samen – mens en dier, oud en nieuw, hier en ver – vormen de eigenlijke taal van de voorstelling.