Van documentair naar conceptueel werk
Yumna Al-Arashi begon haar carrière als autodidact documentair fotograaf en maakte beelden voor National Geographic, The New York Times en The Guardian. Ze worstelde echter met de machtspositie van beeldmakers zoals zijzelf, die hun onderwerp (onbedoeld) eenzijdig kunnen neerzetten. ‘Fotografie draagt een vorm van geweld in zich die tot uiting komt in de woorden die we ervoor gebruiken, denk aan “vangen”, “schieten”, “nemen”.’ Als gevolg hiervan werd haar werk politieker en conceptueler.
Al-Arashi koestert de vrouwen die op haar foto’s staan: ze brengt ze sterk en veerkrachtig in beeld en benadrukt hun schoonheid. Ook legt ze de structuren bloot die schuilgaan onder de (voor)oordelen die ze zelf vaak genoeg gevoeld heeft. De kunstenaar verstopt zich evengoed niet achter de camera, maar verschijnt zelf, speels en strijdbaar, in conceptuele zelfportretten. Daarmee zet ze de machtsdynamiek tussen fotograaf en onderwerp buitenspel en erkent ze dat haar lichaam een wezenlijk onderdeel is van het politieke gesprek dat ze wil aanzwengelen.
De kracht van erotiek
Een rode lijn in Yumna Al-Arashi’s werk is het vrouwelijk lichaam. Al-Arashi biedt weerstand tegen de maatschappelijke drang om het te beheersen: ‘Het vrouwelijk lichaam krijgt voorgeschreven hoe het moet bewegen, hoe luid of stil het moet zijn en hoe het zich moet kleden.’ Een belangrijke inspiratiebron voor haar is de tekst ‘Uses of the Erotic. Erotic as Power’ (1978) van Audre Lorde, waarin Lorde erotiek als bron van levensenergie beschrijft, een kracht die, net als de mythologische Eros geboren uit Chaos, staat voor intuïtie, creativiteit en harmonie. Maar, stelt Lorde, deze vitaliteit wordt bij vrouwen systematisch onderdrukt.
In haar zelfportretten draagt Yumna Al-Arashi soms een hijab, soms is ze juist helemaal naakt. Zo confronteert ze de kijker met het ongemak dat zowel de oosterse mores als het idee van het westerse feminisme oproepen. De eerste schrijven eerder voor dat een vrouw haar lichaam hoort te verhullen, terwijl het tweede stelt dat de vrouw pas bevrijd is wanneer zij seksueel vrijzinnig is. ‘Zelf te kiezen hoe ik eruitzie, is mijn sterkste vorm van verzet; me keer op keer over schaamte heen zetten, een sport die ik inmiddels onder de knie heb: dat is mijn grootste politieke daad.’