De Stelling

De Stelling van Amsterdam is een 135 kilometer lange verdedigingslinie rondom Amsterdam die werd aangelegd tussen 1880 en 1914. Het was een aanvulling op de Hollandse Waterlinie, dat met een ingenieus systeem het land rondom de linie onder water kon zetten (ook wel inundatie genoemd): tussen de 30 en 50 cm water, waardoor het te diep was om doorheen te marcheren en te ondiep om te bevaren. De hoofdstad was op die manier goed beschermd tegen een invasie. 

Een nieuwe verdedigingslinie

Het idee voor de Stelling ontstond in de negentiende eeuw, toen de spanningen in Europa hoog opliepen. Er was oorlog tussen Pruisen, Denemarken en Oostenrijk, en tussen Duitsland en Frankrijk. Met al die oorlogen, waarbij de wapens ook nog eens steeds sterker en vernuftiger werden, was de noodzaak voor een update van de vestingwerken in ons land groot. 

De Vestingwet van 1874 bepaalde onder andere dat er rond Amsterdam een nieuwe linie van forten moest komen: de Stelling van Amsterdam. Het eerste fort dat gebouwd werd was Fort Abcoude, maar omdat bij de bouw al te weinig rekening werd gehouden met de modernere wapens, was het fort meteen al achterhaald. Reden om de bouw van de volgende forten uit te stellen, om zo een ontwerp te kunnen maken dat wel vooruitstrevend genoeg was. De pauze duurde tien jaar. In 1894 was het definitieve plan gereed. 

De forten

De forten werden gebouwd volgens een standaardmodel: van 1,5 meter dik beton, zo'n 4,6 meter hoog, omringd door een slotgracht en met een brug, met een bomvrij fortgebouw binnenin het fort inclusief slaapverblijven, een keuken, een kantine, waslokalen, een ziekenverblijf en een telegraafruimte. In 1914 stonden alle forten, net op tijd voor de Eerste Wereldoorlog. 

Paraat

De forten werden in staat van paraatheid gebracht. Dat bleven ze de hele oorlog, maar omdat Nederland een neutrale politiek voerde, kwamen er geen aanvallen en de soldaten die de forten bemanden hadden maar weinig te doen. De verdedigingslinie bleek niet nodig. Maar de Stelling mag dan niet actief ingezet zijn tijdens de Eerste Wereldoorlog, het heeft wel een afschrikwekkende werking gehad: een belangrijke reden voor de Duitsers om Nederland niet binnen te vallen.

De Tweede Wereldoorlog

Door de opkomst van het vliegtuig verloor de Stelling na de Eerste Wereldoorlog zijn militaire betekenis. Aan de begin van de Tweede Wereldoorlog werden het Noordfront en het Zuidoostfront van de Stelling nog onder water gezet, maar de vijand vloog er simpelweg overheen. Toen het Nederlandse leger zich over gaf, nam de Duitse bezetter de forten en andere delen van de Stelling al snel in.

Het Fort bij IJmuiden was voor de Duitsers een belangrijke: door de ligging was het perfect bij de verdediging van de kust en het werd dan ook ingezet als belangrijk bolwerk van de Atlantikwall, de meer dan 5000 kilometer lange Duitse verdedigingslinie langs de Europese kust die een geallieerde invasie moest voorkomen. De door Duitse troepen gebouwde bunkers en bijzondere muurschilderingen in het fort vormen een nog tastbare herinnering aan de bezetting.

Nieuwe bestemmingen

Na de Tweede Wereldoorlog was de Stelling definitief overbodig geworden. Sommige forten werden ingezet als gevangenis voor politieke delinquenten, NSB’ers en collaborateurs, en later ook voor Indië-weigeraars. In het Fort bij Spijkerboor zijn de wandschilderingen daar nog een overblijfsel van. Ze deden soms ook dienst als opslag voor munitie. Toen de forten rond 1960 allemaal hun status als verdedigingswerk verloren waren, werden ze door het Ministerie van Defensie overgedragen aan de Dienst der Domeinen om verkocht te worden aan gemeenten of, bij hoge uitzondering, aan particulieren.

In 1996 werd de Stichting Stelling van Amsterdam opgericht, met als doel het cultuur-historische belang van de Stelling bij een breder publiek onder de aandacht te brengen. In datzelfde jaar werd de Stelling op de Unesco-werelderfgoedlijst geplaatst. Dat hielp, want vanaf dat moment werden steeds meer forten opengesteld voor het publiek. De forten zijn ondertussen allemaal gerestaureerd en herbestemd. Fort aan de Nekkerweg werd wellnesscentrum Fort Resort Beemster. Op Forteiland IJmuiden kun je terecht voor vergaderingen, trainingen en bedrijfsuitjes (maar: elke eerste zondag van de maand tussen maart en november is het eiland geopend voor publiek) en in het Fort bij Marken zit een trainingscentrum voor bedrijfsveiligheid. Het Fort in Weesp is een werkplaats voor maatschappelijke organisaties. Kunstfort bij Vijfhuizen is een centrum voor hedendaagse beeldende kunst. Op Forteiland Pampus is een bezoekerscentrum van de Stelling van Amsterdam en in het Fort Spijkerboor zijn de oude munitiekamers, kanonnen en een gepantserd draaikoepelgeschut te bekijken. De forten Purmerend, Liebrug en Waver-Amstel worden gebruikt als wijnopslagplaatsen (want: lekker koel) en in het Fort bij Vijfhuizen, het Fort Uitermeer en de Kustbatterij bij Diemerdam zitten restaurants. 

Alle forten vind je hier.