Bach bewerkt: oude vormen, nieuwe stemmen
Er zijn liefhebbers die van mening zijn dat je niet aan Bach’s muziek hoort te sleutelen, maar geen componist heeft zó gretig zijn eigen of andermans muziek bewerkt, herschreven, gesleuteld en geleend als hijzelf. Zangaria’s veranderden in orgelkoralen, hobosolo’s werden klavecimbelconcerten, wereldlijke muziek kreeg een vroom jasje en omgekeerd. Bach was feitelijk de plagiaatkoning van de muziekgeschiedenis. Maar dan wel een koning die alles wat hij 'stal' omvormde tot iets hogers waar zijn voorgangers vaak niet van konden dromen. Die traditie van bewerken volgt dus ten diepste de geest van Bach. Ook ná zijn dood werd deze lijn voortgezet. Generaties componisten en muzikanten bogen zich over zijn muziek, uit fascinatie, bewondering, liefde. Door zijn werken opnieuw te bewerken, probeerden zij zich het ongrijpbare eigen te maken, als een studie in schoonheid.
Bekende werken in een ander licht
Met onder meer de ontroerende aria Stirb in mir, Welt uit cantate BWV 169 en de monumentale Passacaglia & Fuga voor orgel, nu in bewerkingen voor pianotrio. Bekende werken keren terug in een ander licht: de Prelude uit de tweede cellosuite klinkt zowel in originele vorm op cello als in een zeldzaam uitgevoerde pianoversie van Leopold Godowsky. Ook de sprankelende dansen uit de vierde cellosuite keren terug in een ongebruikelijke combinatie van viool en cello, in subtiele bewerkingen van Gustav Leonhardt. En het melancholische Largo uit de derde vioolsonate krijgt een extra dimensie in de lyrische bewerking van Camille Saint-Saëns. Daarnaast klinken bewerkingen van twee van Bach’s mooiste orgelkoralen, nu voor viool of cello met pianobegeleiding.
‘Bach bewerkt’ is een pleidooi voor de edele kunst van de transcriptie, maar bovenal een eerbetoon aan de grootsheid van Bach. Zijn muziek laat zich blijven heruitvinden met nieuwe kleuren, klanken en bezettingen. Bach leeft!