Werken van Beethoven, Lutoslawski en Brahms
Ludwig van Beethoven (1770-1827): cellosonate opus 5 nr. 1 in F voor Cello en piano (1795) is om verschillende redenen een werk dat Beethoven kenmerkt als een componist van de verandering. Dat de cello een gelijkwaardige rol speelt naast de piano is zeer ongebruikelijk voor die tijd, waarin steevast de piano centraal stond.
Witold Lutoslawski (1913-1994): Grave voor cello en piano (1982) is een fantastisch kort muzikaal tweegesprek dat geïnspireerd is door het impressionisme van Claude Debussy.
De eerste cellosonate van Johannes Brahms (1862-65) is eveneens uitdrukkelijk geschreven voor twee gelijkwaardige instrumenten.
De musici
De uit Amstelveen afkomstige Quirine Viersen kreeg haar eerste cellolessen van haar vader die eerder bij ons concerteerde. Zij studeerde aan het Amsterdams Conservatorium en groeide uit tot een wereldbekende celliste die soleerde met beroemde orkesten. Ook speelt ze graag kamermuziek, onder andere met Enrico Pace, Thomas Beijer en Silke Avenhaus.
Thomas Beijer is een groot pianotalent dat van de beste docenten les kreeg, onder andere van Jan Wijn aan het Amsterdams Conservatorium. Hij slaagde steeds met de allerhoogste beoordelingen. Ook Thomas soleerde bij beroemde orkesten in binnen- en buitenland. In 2021 debuteerde hij in de serie Meesterpianisten in het concertgebouw in Amsterdam. Thomas begeleidt Quirine regelmatig op de piano.