Verdriet en hoop
De zeer gelovige Antonín Dvořák verdeelde de twintig dertiende-eeuwse stanza’s van het Stabat mater over tien delen. Negen daarvan zijn een uiting van verdriet, in het laatste echter weerklinkt de hoop op het paradijs. In dat deel komen muzikale thema’s uit de opening terug, waarmee de cirkel gesloten wordt. Dvořák schildert op zijn eigen wijze met instrumentatie en de stemmen van koor en de vier solisten een pregnant beeld van het lijden en de vergankelijkheid van de mens.
Bijzondere samenwerking
Toonkunstkoor Amsterdam (opgericht in 1829) en het Nederlands Concertkoor (1987) bundelen de krachten in de uitvoering van een groots koorwerk. Daarbij voegen zich nog leerlingen en docenten van het jubilerende Vossius Gymnasium. Een niet alledaagse samenwerking en daarmee een viering van de levende koorcultuur in onze hoofdstad.