Magdalena Kožená en Malcolm Martineau
Wanneer Magdalena Kožená en Malcolm Martineau samen het podium betreden, spreken recensenten niet voor niets van magische momenten. Kožená’s expressieve mezzosopraan vloeit naadloos samen met Martineau’s fijnzinnige pianospel. De mezzosopraan kiest haar repertoire met het hart, haar selectie is vaak geworteld in haar Tsjechische afkomst – ook vanmiddag brengt ze muziek uit die rijke muzikale bodem: Janáček klinkt rauw en eerlijk, Dvořák warm en lyrisch. De Oostenrijker Wolf draagt verfijnde liederen met een groot psychologisch inzicht bij. Ook kiezen de musici voor Schönbergs Brettl-Lieder.
Janáček, Wolf en Dvořák
Richard Strauss begon een lied met de noten en zocht daar later een gedicht bij. Eerst de muziek of eerst de tekst? Die vraag houdt de liefhebbers van het vocale repertoire al eeuwen bezig – en iedere componist had er zo zijn eigen mening over. Janáček pakte het praktisch aan en noteerde op straat de spraakmelodie van nietsvermoedende voorbijgangers. Voor Hugo Wolf was de tekst heilig, hij componeerde in koortsachtig tempo meerdere liederen per dag. Bij Dvořák klinkt in veel liederen melancholie door. Ondanks hun verschillen tekenen alle drie de menselijke emoties messcherp en vormen ze samen een prachtig trio. Tot slot klinken de Brettl-Lieder van Schönberg, acht lichtvoetige, humoristische liederen die de luisteraar meenemen naar het Weens cabaret van rond 1900.