Musici
De ‘Elsrijk Kamermuziek Concerten’ staan dit jaar in het teken van bekende musici die een band hebben met Amstelveen. De uit Amstelveen afkomstige Eveline Kraayenhof kreeg haar eerste cellolessen van Lieke en Yke Viersen aan de Amstelveense muziekschool. Net als veel van hun leerlingen studeerde ook Eveline aan het Amsterdams Conservatorium en groeide uit tot een uitstekende celliste die haar plek vond in het Radio Filharmonisch Orkest. Eveline speelt graag kamermuziek, onder andere met het ROCTET.
Programma
Ottolino Respighi (Bologna, 1879-1936): Doppio Quartetto in D minor. P27 (1900).
Respighi schreef dit werk toen hij 22 was in 1901. Hij was onder andere leerling van Rimski-Korsakov in Petersburg en van Max Bruch in Berlijn. De Russische wortels zijn in zijn muziek goed terug te vinden. In dit octet klinkt muziek van een jonge componist die zich heeft verweven met de muziektraditie van rond 1900. Respighi is geen vernieuwer zoals bijvoorbeld Strawinsky maar laat ons enorm genieten van prachtige harmonische klanken.
Frederick Delius (Bradford, 1862-1934): Song of Summer.
Delius leefde in de zelfde periode als Respighi. Hij was muziek liefhebber pur sang maar werd door zijn ouders in de wolhandel geduwd. Natuurlijk ging het bloed waar het niet gaan kon en nam de muziek langzaamaan de macht over in zijn leven. In 1886 kwam hij in Leipzig in contact met Mendelssohn, Brahms, Tsjaikovski, Wagner en Grieg. In Parijs leerde hij de Franse impressionisten kennen en de musici Fauré en Debussy. Delius werd een ras echte eclecticist. Van alle stijlen nam hij het beste.
Net als Respighi werd hij een man van het muzikale genieten. Zijn ‘Song of summer’ schreef hij in 1918 en heette oorspronklijk: ‘Poem of life and love’. Van een wereldoorlog is in zijn muziek geen sprake, in tegendeel. Zijn muziek is vol van genoegen en schoonheid.
Max Bruch (Keulen, 1838-1920): Strijkoctet opus posthumus in Bes gr.t. (1920).
Bruch was een echte romanticus. Hij was 30 à 40 jaar ouder dan de vorige twee componisten maar schreef zijn strijkoctet op hoge leeftijd in de zelfde tijd (rond 1920) als de vorige twee muziekstukken. Ook Bruch kenmerkt zich door een concervatieve lijn van componeren. In modernisten als Wagner en Liszt laat staan Schoenberg zag hij niets. Maar dat doet aan de schoonheid van zijn muziek niets af, integendeel. Veel van zijn werken zijn een blijvend onderdeel van de muziektraditie geworden. Ook dit werk voor strijkoctet is prachtige romantische muziek. Bijna een anachronisme in 1920, zo vlak na de Eerste Wereldoorlog.