Beethovens Symfonie nr. 7
Beethoven, in sociaal en huishoudelijk opzicht een chaoot, kon werken als een bezetene. Om zes uur stond hij op en dan componeerde hij tot een uur of drie. ‘s Middags maakte hij een flinke wandeling. In de natuur ontwikkelde hij zijn muzikale ideeën. Door zijn hoofd buitelde een wirwar aan thema’s en motiefjes, die hij in een onleesbaar kriebelhandschriftje noteerde. ’s Avonds was hij in het koffiehuis te vinden, en om tien uur kroop hij onder de wol. Volgens dit schema kwam ook zijn Zevende symfonie tot stand, een werk dat de grenzen van de klassieke symfonie verkent. De première, in 1813 door een dove Beethoven gedirigeerd, was een enorm succes.
Pianoconcert van Grieg
De 24-jarige Grieg was in 1868 een gelukkig man: als pianist werd hij de Noorse Chopin genoemd, en zijn vrouw Nina en hij hadden net een dochtertje gekregen. In korte tijd componeerde Grieg zijn vroege meesterwerk, het Pianoconcert. Vorm en toonsoort leende hij van Schumann, de pianotechniek was gebaseerd op het spel van Liszt. In Weimar liet Grieg aan Liszt zijn concert zien, die speelde het stuk van blad en was razend enthousiast. Het concert was een onmiddellijk succes en is altijd een publiekslieveling gebleven.