Ik denk bij het woord ‘kwab’ aan een zilveren kannetje uit de zeventiende eeuw. De kan ziet er, tja, hoe ziet die kan er eigenlijk uit? ‘Kwabbig’ komt in de buurt. Het is moeilijk te beschrijven, omdat, zoals conservator van het Rijksmuseum Reinier Baarssen het mooi verwoordt, de kan voor je ogen lijkt te veranderen. De kan is opgetrokken uit in- en uit elkaar vloeiende vormen. Die vormen staan nooit op zichzelf: je kunt niet zeggen waar de ene begint en de ander eindigt. Het vormt een grillig geheel. Hier en daar verschuilt zich tussen de welvingen een monstertje, diertje, masker, of mens(gedaante). Het bijzonder knap gemaakte kannetje bracht een revolutie teweeg in de kunstwereld binnen en buiten Nederland en een decoratieve stijl was geboren: de kwabstijl. Aan deze stijl wijdt het Rijksmuseum een nieuwe tentoonstelling: KWAB. Dutch Design in the age of Rembrandt.

Een beetje geschiedenis

In de tentoonstelling maakt de bezoeker eerst kennis met de grondlegger van de kwabstijl: Paulus van Vianen. Paulus werd geboren in Utrecht en was de eerste zilversmid die experimenteerde met vormen die niet de werkelijkheid nabootsten, maar uit de geest waren ontsproten. Paulus was zo ambitieus dat Utrecht voor hem te klein werd en hij vertrok naar Florence om voor vermogende opdrachtgevers te werken. Hij vergaarde hiermee zoveel aanzien dat hij uiteindelijk aan het hof van Keizer Rudolf II ging werken. De keizer was destijds de grootste mecenas van de kunsten en zijn hof was het centrum van artistieke innovatie. Toen hij stierf vroeg het gilde van Amsterdam aan Paulus’ broer Adam een gedenkteken voor Paulus te maken. Adam maakte een klein kannetje dat een grote impact had op kunstenaars en zilversmeden uit zijn tijd.

Klein kannetje, grote gevolgen

Maar waarom? Wat was er zo revolutionair en bijzonder aan het kannetje?

Andere kunstenaars en edelsmeden bewonderden vooral Vianens meesterschap. Normaal gesproken smeedden ambachtslieden de ornamenten om de losse elementen vervolgens aan elkaar te solderen. Adam niet. Hij smeedde het hele kannetje uit een enkele plaat zilver. Waren er maar opnames geweest van Adam van Vianen terwijl hij het zilver in die kwabbige vormen plooit. Als je het kannetje van dichtbij bekijkt, weet je dat het een hels karwei moet zijn geweest.

Daarnaast betekende het kannetje een breuk met de zo typisch Gouden Eeuwse figuratieve schilderkunst. De conservator drukt het in de tentoonstelling als volgt uit: “Kwab bootst de natuur niet na, het is geen kunst ‘naar het leven’ maar ‘uit de geest.’” Kwab was geen afspiegeling van de wereld, maar creëerde een nieuwe. Waar zilversmederij als ambacht normaal lager in de hiërarchie van de kunsten stond, werd het door de kwabpioniers tot kunstvorm verheven en inspireerde het ook schilders. Het kannetje van van Vianen fungeert bijvoorbeeld als Pandora’s box in het schilderij Pandora van Barend Graat en staat terloops in de voorgrond van De grootmoedigheid van Scipio van Gerbrand van den Eeckhout. Blijkbaar oogde de kan zo buitenaards dat schilders het gebruikten om oude, onbekende werelden op te roepen. Er is geen ander object zo veelvuldig verbeeld in de schilderijen van de Gouden Eeuw.

Kwabbige bekerschroeven

Alleen al voor de mogelijkheid het kannetje van dichtbij te bewonderen zou je de tentoonstelling moeten bezoeken. Maar er is meer. Zilveren schalen, bekerschroeven (wat is een bekerschroef?), complete koorhekken - check voor meer info de vlog die MDSoC hierover maakte - tafelpoten, allemaal in de lobbige kwabstijl. Een van de hoogtepunten zijn de tekeningen uit van Adam van Vianens werk, gemaakt door zijn zoon. De afbeeldingen, die onderdeel zijn van een soort catalogus, zijn kunstwerken op zichzelf waarin de absurditeit van de kwabstijl prachtig in naar voren komt. En mocht je nog niet zijn overtuigd; voor taalliefhebbers is de tentoonstelling ook een genot. De complexiteit van de vormen wordt aangetoond door de hoeveelheid bijvoeglijke naamwoorden die de conservator gebruikt om ze te beschrijven: Grillig, kwabbig, plooibaar, veranderlijk, onrustig, mysterieus, beweeglijk, sidderend, plastisch, weelderig, eigenzinnig, stroperig, wonderlijk, griezelig, onbegrijpelijk. Stroop die traag van een lepel druipt, smeltend kaarsvet. De bevlogenheid van de conservator spatvan de regels af wanneer hij spreekt van de “beweeglijke, sidderende vormen” van de “meesterwerken van Lutma.” (Lutma was ook een groot kwabkunstenaar, red.)

Het is vreemd dat ik - en ik denk veel anderen met mij - voor deze tentoonstelling nog nooit van kwab had gehoord. Men grijpt toch graag elke reden aan om met de grootsheid van het kleine Republiekje te pochen. De werken zijn wonderbaarlijk en ik kan kleine ‘oohs’ en ‘aahs’ niet onderdrukken wanneer ik door de ruimtes loop. Een prachtige, kwabbige (mysterieuze, weelderige, sidderende, etc.) tentoonstelling.

Mocht je meer willen weten over de opkomst en ondergang van de kwabstijl, luister dan naar de podcast van het Rijksmuseum, waarin journaliste Janine Abbring de bevlogen conservator Reinier Baarssen interviewt over de kwabstijl. Bekijk ook de vlog over kwab in Amsterdam.

Door Nina IJdens, blogger voor My Daily Shot of Culture