Ontwikkelingen


Het clubhuis is het nieuwe onderkomen van het voormalige Ostadetheater en de OBA Cinétol. Allebei de organisaties hebben zo hun eigen voorgeschiedenis.

Bieb: van uitleen naar cultureel centrum

De bieb is allang niet meer wat het geweest is. Met de technologische ontwikkeling kunnen we voor boeken en informatie net zo snel bij het internet terecht en zodoende moest de bibliotheek zichzelf opnieuw uitvinden. Dat is gelukt. Als je nu de bieb inloopt zie je mensen YouTube filmpjes kijken, met elkaar praten in het café, een beetje chillen. Er zijn exposities, lezingen en film screenings. De bieb is veelzijdiger: het is een sociaal en cultureel centrum waar je ook gewoon komt om onder de mensen te zijn.

Ostadetheater: van gekraakt buurttheater naar professionele instelling

Het Ostadetheater heeft haar wortels in de kraakbeweging. In 1980 werd de oude stoomdrukkerij door de kraakbeweging getransformeerd tot buurttheater. Destijds was de Pijp grijs en armoedig en waren er amper culturele voorzieningen. Het Ostadetheater werd gerund door vrijwilligers, kreeg belangstelling van omwonenden en schopte het zo ver dat de gemeente subsidies verstrekte en het theater kon professionaliseren. Dat ging lange tijd goed, maar met de verhipping van de wijk en het achterblijven van de technische voorzieningen, verloor het theater aan publiek en moest ook het Ostadetheater zichzelf opnieuw uitvinden.

Krachtenbundeling


In overleg met de gemeente kreeg directeur Mark Walraven het voor elkaar Ostade A’dam een nieuw onderkomen te geven in het voormalige Stadsarchief, samen met de OBA. Zo beginnen twee organisaties die aan verandering toe zijn een samenwerking en ik vermoed dat die heel gunstig uit zal pakken. Waarom?

Sfeerimpressie

Wat als eerst opvalt is de openheid en lichtheid van het gebouw. De muren zijn wit, de plafonds hoog. Er is veel loopruimte, de boekenwanden bevinden zich met name aan de buitenkant. Kinderen zijn in een groepje aan het knutselen, een jongetje leest rustig in de hoek op de bank een boek, tegenover hem leest een oudere man de krant. Ik bestel aan de gezellige bar een kop koffie en krijg dan een korte rondleiding door het gebouw. Er is een mooie, grote, theaterzaal voor 160 man met hightech voorzieningen waar de technici heel blij mee zijn. Beneden is een klein zaaltje dat gehuurd kan worden door bijvoorbeeld dansdocenten, maar ook voor meetings of voorstellingen. Vervolgens lopen we door naar de Werkplaats, een kinderknutselparadijs met creatieve workshops. Tijdens de opening zit het bomvol kinderen die druk aan het programmeren zijn. Een ijverig meisje laat me even zien hoe het werkt. Het enthousiasme van de knutselende kinderen werkt aanstekelijk en als ik de blije gezichten om me heen zie, realiseer ik me hoe belangrijk dit soort plekken zijn voor buurtbewoners en hun onderlinge contact.

Verbinding

Ik spreek even met Mark Walraven. Volgens hem ligt de belangrijkste functie van CC Amstel in het verbinden van kunst met de buurt. Hij wil kunst persoonlijker en laagdrempeliger maken. Hoe hij dat wil doen? “Veel culturele instellingen programmeren hun voorstellingen en zoeken daar een publiek bij. Wij proberen te kijken wat er in de buurt speelt en daarover in samenwerking met de buurt voorstellingen te maken. Anderen zenden uit; wij zijn een antenne. Vandaar ook de naam: cultureel clubhuis. De buurt wordt bij de programmering betrokken. Daarnaast kunnen jongeren zich ook inschrijven voor een ‘toneelkijkcursus’, zodat een theaterbezoek leuker wordt.” Ik vraag hem wat de meerwaarde is van een theatrale verbeelding van thema’s waar mensen zich al mee bezig houden. Walraven: “Mensen kunnen dan als een buitenstaander naar het thema kijken. Zij kunnen als het ware uitzoomen en zo tot nieuwe inzichten gebracht worden.” Naast programmeur van voornamelijk jeugdtheatergezelschappen, is het nieuwe theater dus ook producent die de buurt opzoekt en jong talent een podium wil geven. Ik vraag Walraven naar zijn persoonlijke ambitie voor het theater. Hij hoopt dat CC Amstel een echt podiumland wordt voor de buurt, en ook daarbuiten, dat het een “logische plaats wordt om naartoe te gaan.”


Ik hoop het ook. Nadat ik een tijdje ben rondgelopen en de festiviteiten op hun einde lopen, ga ik achterin het café op een verhoging zitten. Het is een knus hoekje. Ik voeg me bij het jonge jongetje en de oude krantenlezer. Drie generaties bij elkaar aan het lezen. Kom bij de club, zou ik zeggen.

Door Nina IJdens, blogger voor My Daily Shot of Culture