Tekening Frans Schikkinger / Stadsarchief Amsterdam. Ontwerp voor een brug over het IJ, naar een idee van Gerard Willem Schimmel, 1889.

 

In de fameuze strip Little Nemo in Slumberland (1905-1914) beleeft het jongetje Nemo in zijn slaap de meest fantastische avonturen in Dromenland. Op het laatste plaatje wordt hij steevast wakker in of naast zijn bed: het was maar een droom. Tekenaar Windsor McCay (1869-1934) bedacht in deze jaren een tweede droomstrip, waarin de hoofdpersoon zich voor het slapengaan tegoed doet aan een stuk Welsh rarebit, gegrild brood met overdadig veel kaassaus, met een bizarre nachtmerrie als resultaat. De IJ-brug op de tekening heeft veel weg van een ongrijpbaar droombeeld. De merkwaardige grootteverhoudingen geven het geheel de charme en de raadselachtigheid van een toneeldecor, waarvan de beschouwer zich als figurant ergens aan een onbestemd lege kade achter het Centraal Station waant.

 

Of de bedenker van de brug, Gerard Willem Schimmel (1856-1926), weleens Welsh rarebit at, zal wel nooit worden achterhaald. Maar dat hij geen gebrek had aan fantasie, is wel duidelijk. En ook dat hij het serieus meende. Het brugontwerp was in 1887 gepubliceerd in De Ingenieur, waar ingenieur Egbertus Haverkamp (1862-na 1930) het idee van Schimmel bouwkundig had uitgewerkt. Door het verkeer langs de buitenzijde van de torens omhoog te leiden, kon het middendeel op 15 meter hoogte boven het water geplaatst worden, ruim voldoende voor een onbelemmerde doorvaart van de meeste schepen. De torens waren multifunctioneel: binnen was ruimte voor kantoren en winkels, bovenin plaats voor horeca en een uitzichtpodium. In 1888 stond Schimmels brug-idee in het Amerikaanse tijdschrift Scientific American. De daar afgebeelde artist’s impression gebruikte tekenaar Frans Schikkinger (1838-1902) als inspiratie voor de grote gekleurde tekening, die speciaal werd vervaardigd voor de wereldtentoonstelling van 1889 in Parijs.

 

Het idee van Schimmel is een van de ruim 60 plannen die sinds 1839 zijn uitgedacht voor een brug over het IJ. De gemeente zag vooral praktische bezwaren. Een brug was kostbaar, vormde een belemmering voor de scheepvaart en leidde nergens naartoe: de overzijde van het IJ was dunbevolkt. Pas in de loop van de 20ste eeuw was een snellere verbinding noodzakelijk, en dat werd een tunnel. Een brug voor het centrum van de stad is er nog steeds niet, maar er wordt tegenwoordig wel hardop over gedroomd. Of zal Amsterdam over een paar jaar naast het bed wakker worden, net als Little Nemo? We zullen het zien.

 

En zo ziet deze plek er nu uit:

 Meer toen en nu foto's? Check @thenandnowamsterdam op Instagram.