Tekst: Erik Schmitz 

Stadsarchief Amsterdam

Foto: C.F. Jansen/Stadsarchief Amsterdam

Prinseneiland 8A-6 (v.l.n.r.), december 1925

Een druilerige decemberdag in 1925 op het Prinseneiland. In deze havenbuurt vol pakhuizen wonen nauwelijks mensen. Het is de opslag van goederen die voor levendigheid zorgt. Bij noordoostenwind waait een zilte zeelucht door de buurt, want de Zuiderzee is nog een halfzoute zeearm die tot dicht bij Amsterdam reikt. Vanuit elke haven varen vissers met hun vangst naar de Amsterdamse vismarkt. Sommige soorten zijn uniek, zoals de Zuiderzeeharing en de Zuiderzeegarnaal. De grote binnenzee biedt ideale paaigronden en broedkamers voor tal van soorten. Een daarvan is de ansjovis, die vanuit de Noordzee in april het brakke water opzoekt om daar haar eieren af te zetten. In het najaar zwemt de jonge ansjovis weer terug naar open zee.

Het frêle visje was ook een wispelturig visje. Op jaren van overvloedige vangst volgden steevast jaren van schaarste. Zo werden in het topjaar 1885 zo’n 85.000 ankers (een inhoudsmaat van 38,8 liter) aan land gebracht; dat is 3,3 miljoen liter ansjovis. In het daaraan voorafgaande decennium vormden de jaren 1878-1880 een dieptepunt. In 1878 ving men slechts 1400 anker, 54.000 liter. De gevangen vis werd net als tegenwoordig ingezouten, met name voor de export naar Duitsland. De onvoorspelbaarheid van het visje leidde tot sterk wisselende inkomsten voor vissers en handelaren. Zo bezien is de ansjovis een symbool van onze afhankelijkheid van de natuur.

Van de loodsen en pakhuizen op de foto uit 1925 werd het grote gebouw met de trapgevel op Prinseneiland 8A gebouwd in 1886. Op 10 november 1885 ontvingen vishandelaren J.C. Jurrjens en J.J.G. Lambert vergunning voor de bouw van dit pakhuis, dat in de gevel de naam ‘De Ansjovis’ kreeg. Wellicht werd de bouw betaald uit de goede vangst van 1885. Het jongste zoontje van Jurrjens, de vijfjarige Johan Carl, legde op 20 januari 1886 de eerste steen.

Toen in 1932 de Afsluitdijk werd gesloten, veranderde de brakke Zuiderzee in het zoete IJsselmeer. De ansjovis week uit naar andere wateren. De Zuiderzeeharing en de Zuiderzeegarnaal verdwenen voorgoed. Maar op Prinseiland 8A staat nog altijd pakhuis De Ansjovis, een herinnering aan de tijd dat de zilte zeewinden rond de pakhuizen van het Prinseneiland speelden.

Zo staat De Ansjovis er nu bij:

foto door C.F. Jansen

Meer toen en nu foto's? Check @thenandnowamsterdam op Instagram.