Edward Bronts (66) werkt ruim veertig jaar bij dierplaagbeheersing. Hij deinst niet terug voor een rat of twee. ‘Ik heb veel vieze dingen gezien.’

Zo ziet mijn dag eruit 

‘Ik neem eerst met mijn collega’s de binnengekomen meldingen door. Vaak is dat overlast van ratten, wespen of muizen. Vroeger werden er direct bestrijdingsmiddelen ingezet. Dat doen we niet meer, we onderzoeken eerst grondig de oorzaak. Komt het omdat de hygiëne te wensen overlaat, er veel vuilnis op straat ligt of een huis barst van de kieren en gaten? Na het onderzoek gaan we pas over tot actie. Eerst met vallen, later eventueel met gif. Toch zeg ik altijd: je moet een dierenliefhebber zijn om hier te werken. Sterker nog: ik heb twee tamme ratten als huisdier gehad. Maar wanneer de dieren in grote getalen voorkomen en een bedreiging voor onze gezondheid vormen, hebben we het recht om onszelf te beschermen.’

Dit vergeet ik nooit meer

‘Ik word weleens gebeld door mensen met een insectenwaan. Die zien dan overal beestjes. Vaak verkeren die mensen in een psychose of hebben ze andere psychische problemen. Ik probeer ze ter plaatse gerust te stellen door duidelijk te maken dat het veilig is en soms verwijs ik ze voorzichtig door naar de huisarts.’

Het vieste wat ik ooit heb gezien?

‘Dat is moeilijk kiezen. Ik heb weleens een bed aangetroffen met duizend krioelende kakkerlakken. Tijdens een ontruiming kwam ik ooit in een huis dat helemaal was volgesmeerd met ontlasting en pus. En ik heb zelfs ooit lichamen aangetroffen in verregaande staat van ontbinding.’

Tip voor de burgemeester 

‘Voorkomen is beter dan genezen. Zorg voor meer handhaving rondom afval in de stad en dat kinderen voorlichting krijgen. Ik zie onze stad als een gemeenschappelijke huiskamer; samen houden we het netjes en zorgen we ervoor dat dierplagen uitblijven.’

Dit artikel is eerder verschenen in de Uitkrant. Tekst en beeld Alice Boothby