Amsterdam was eeuwenlang een door en door religieuze stad en zelfs een belangrijk bedevaartsoord. Met name het christelijke geloof doordrong alle facetten van het leven en schonk de stad haar grootste monumenten. Hoe anders is het nu! Volgens het CBS hangt ongeveer 40 procent van de Amsterdammers een traditioneel geloof aan. 

In Amsterdam zijn veel gebedshuizen, van verschillende religies. Rond het Waterlooplein is het grootste synagogencomplex ter wereld. Van recentere datum zijn de islamitische moskeeën, zoals de Westermoskee in West, de ‘Fusion’ in Oost en de Taibah in Zuidoost, echte aanwinsten in het stadslandschap en het bezoeken zeker waard. Deze route loopt voornamelijk door de middeleeuwse binnenstad. De focus ligt daardoor vanzelf op het protestante en katholieke Amsterdam. Een duik in de vooral christelijke geschiedenis van onze stad.

Start op de Prins Hendrikkade 73.

1. Nicolaaskerk (1887)

Na de Alteratie in 1578, waarbij de protestanten de macht overnamen van de katholieken, waren katholieke kerken verboden. In de praktijk werden katholieke erediensten echter gedoogd in schuilkerken, gebouwen die niet vanaf de openbare weg als kerk herkenbaar waren. Pas sinds de grondwetsherziening van 1848 was hier het devies Vrijheid, Gelijkheid, Broederschap. Het stond godsdiensten vrij hun geloof weer vrijuit te praktiseren. Gevolg was een hausse aan nieuwe katholieke kerken, waarvan de kerk van de Heilige Nicolaas, beschermer van zeelieden, er een is.

De Nicolaaskerk, de belangrijkste katholieke kerk van de stad en nog altijd in gebruik voor de eredienst, is een markant bouwwerk. Het werd ontworpen door Adriaan Bleys, een eigenzinnige architect die af wilde van de neogotische stijl en het gebouw in een combinatie van neorenaissance en neobarok ontwierp – zeer ongebruikelijk voor die tijd. De kerk is rijk gedecoreerd, onder meer met heel veel muurschilderingen. Kunstenaar Jan Dunselman werkte dertig jaar aan de muurschilderingen, als een echte Michelangelo. In een nis bovenin staat het beeld van Sint Nicolaas, patroonheilige van de kerk en van Amsterdam.

Ga linksaf naar Zeedijk 2A.

2. Olofskapel (1440) 

Waarom heet deze kerk, de op één na oudste kerk van Amsterdam, de (Sint) Olofskapel? Volgens sommigen zou het gebouwd zijn voor Noorse zeelieden en werd daarom vernoemd naar de Noorse koning Olof, die zich omstreeks het jaar 1000 tot het christendom bekeerd had. Een waarschijnlijker verhaal vertelt dat het gaat om de Brabantse Sint Odulphus, de beschermheilige van dijken. De Sint Olofskapel ligt inderdaad aan een voormalige dijk, de Zeedijk. 

In de 15e eeuw werd een Jeruzalemkapel toegevoegd. Jeruzalemkapellen waren trefpunten voor pelgrims die in Jeruzalem geweest waren. Dat gaf een speciale status, net als bij moslims die Mekka bezocht hebben. Na de alteratie in 1578 kreeg de kerk andere functies, zoals koopmansbeurs. De Jeruzalemkapel werd afgebroken. Tegenwoordig is de Olofskapel congrescentrum van het Barbizon hotel om de hoek. 

Ga het eerste steegje rechts, de Spooksteeg in.

3. Huis Vredenburgh (1499)

Aan de overzijde van het bruggetje was sinds 1499 een brouwerij, gevestigd in vijf verbonden huizen. Eind 17e eeuw werd het complex verbouwd tot herberg Vredenburgh. Een 18e-eeuws plan om op deze plek een flinke schuilkerk te bouwen, stuitte op verzet van het stadsbestuur. In plaats daarvan kwam er een katholiek oudevrouwenhuis. Tegen 1900 werd het hier steeds rommeliger. Dronken zeelieden, dieven en straathoeren bezorgden deze buurt de bijnaam Rattennest. Rond 1970 kwam daar de drugsellende bij. Het bejaardenhuis verkaste in 1977 naar het nieuwe pand Nieuw Vredenburgh in De Baarsjes. Vredenburgh werd gekraakt en na een verbouwing kwamen hier woongroepen van de ex-krakers plus een oefenruimte voor dans en theater.

Steek de brug over en loop door tot de Oudezijds Voorburgwal 38.

4. Ons‘ Lieve Heer op Solder (1663)

Ons' Lieve Heer op Solder

Op het eerste gezicht een normaal grachtenhuis, en dat was ook precies de bedoeling: dit is een zogenaamde schuilkerk. Ons’ Lieve Heer op Solder is gebouwd op de derde en vierde etage van drie huizen – het huis aan deze gracht en twee huizen daarachter. Na de Alteratie in 1578 mocht een katholieke kerk vanaf de straat niet meer herkenbaar zijn als kerk. Er werden schuilkerken opgericht, ondergebracht in normale huizen, die soms uitgebreid werden met andere huizen. Iedereen wist van de katholieke diensten, en dat was prima, zolang het maar achter gesloten deuren gebeurde. Ons Lieve Heer op Solder is gevestigd in het huis van kousenhandelaar Jan Hartman, die stelde in 1663 zijn ‘zolder’ beschikbaar stelde voor de katholieke eredienst. Nu is het een museum, met de schuilkerk nog in oude staat.

Loop verder langs de gracht. Je komt langs de Oude Kerk, gebouwd rond 1300 en daarmee het oudste gebouw van de stad. De kerk werd niet alleen voor de eredienst gebruikt. Het was de huiskamer van Amsterdam: vissers repareerden hier hun netten, handelaren sloten hier hun deals. Rembrandt ging er in ondertrouw met Saskia van Uylenburgh, die hier ook begraven ligt, net als onder anderen zeeheld Van Heemskerck. Ook nu doet de Oude Kerk niet alleen dienst als godshuis, maar ook als concertzaal, trouwlocatie en expositie- en ontvangstruimte.

Ga linksaf en loop de brug over. Loop de Oudekennissteeg en vervolgens de Molensteeg uit. Je komt op de Zeedijk.

5. Cellenzusters en Minderbroederklooster

Waar nu de Wallen zijn, was vroeger een zeer uitgestrekt kloostergebied. Het verschil kan nauwelijks groter. In Amsterdam waren in de 15e eeuw maar liefst 21 kloosters. Samen met de kerken besloegen ze een derde van de stadsplattegrond. Deze kant van de Oudezijds Achterburgwal was over een afstand van bijna één kilometer uitsluitend kloostergebied. 

Links van de steeg die je zojuist uitliep, bevond zich in de 15e eeuw een klooster voor vrouwen, het Cellenzustersklooster. De zusters zorgden voor zieke mensen van alle rangen en standen, inclusief mensen met de pest en ook begroeven ze de doden. Rechts lag het vroegere Minderbroederklooster of Grauwmonnikenklooster van de paters Franciscanen, die hier tot aan de Barndesteeg hun klooster hadden, gesticht in 1462. De minderbroeders zorgden voor zieke mensen, heropvoeding van losbandige vrouwen en criminele mannen. Na de Alteratie verwoestten de protestanten het klooster volledig. Dat was gedeeltelijk uit wraak. De Franciscanen stonden bekend als felle jagers op zogenaamde ketters. De stad wist een oplossing: de katholieke bestuurders en de monniken van dit klooster werden op twee schepen gezet met de intentie ze tot zinken te brengen in het IJ, zo ging de mare. Maar in feite zond de stad de schepen naar een weiland in de omgeving. De monniken hesen zich in burgerkleding en keerden in het geheim terug naar de stad. 

Loop verder over de Zeedijk.

6. Boeddhistische tempel

Op nummers 106-118 staat nu de boeddhistische tempel Fo Guang Shan He Hua, gebouwd naar het voorbeeld van de vele tempels in China die boven op een berg staan. De middelste ingang heet ‘poort naar de berg’. Deze was bedoeld voor de monniken, de zijingangen voor de gelovigen.

In de hoofdzaal staat het beeld van Avalokitesvara centraal. Ze heeft talloze armen, in iedere hand is een oog: dat betekent dat zij al het lijden van alle mensen ziet en als het ware iedereen omarmt, die hulp nodig heeft. Ze heeft allerlei attributen in haar handen die een symbolische betekenis hebben. 

Loop terug over de Zeedijk. Ga op de Nieuwmarkt meteen rechtsaf de Monnikenstraat in, ga aan het einde op de gracht linksaf en sla de derde straat, de Barndesteeg, linksaf.

7. Bethaniënklooster (vóór 1450) 

In de Monnikenstraat wandelen we dwars door het vroegere Minderbroedersklooster. Hier, in de Barndesteeg, was het Bethaniënklooster, gesticht in de 15e eeuw. Er woonden vrouwen die hun leven moesten beteren na losbandig geleefd te hebben. Het klooster is grotendeels verdwenen. Na de Alteratie werden bovenop de kelder twee huizen, nummer 4 en nummer 6, gebouwd. In beide huizen woonden bekende Amsterdammers zoals uitvinder en schilder Jan van der Heyden en componist Jan Pieterszoon Sweelinck. Iets verder, op nummer 6b, is nog een overwelfde crypte die grotendeels uit 1450 dateert. Daarboven werd later een zaal gebouwd op de plek van de eetzaal van het klooster. Nu wordt het gebruikt voor kerkdiensten, concerten en exposities.

Ga rechtsaf naar de Kloverniersburgwal. Ga de volgende straat rechts, de Bethaniënstraat, en meteen links naar de Bethaniëndwarsstraat. Recht voor je is de poort van weer een ander klooster, het Sint Paulusbroedersklooster. Hier in de Oude Hoogstraat zie je een poortje, gebouwd in 1616 door Hendrick de Keyser. Deze werd als doorgang gebruikt voor uitvaarten vanuit de Waalse Kerk, even verderop. De afgebeelde doodshoofden op het poortje verwijzen hier naar. Ga rechtsaf naar de Oude Hoogstraat en ga bij de eerste straat, de Oudezijds Achterburgwal linksaf. Je komt links het Walenpleintje tegen. 

8. Waalse kerk (1409) 

De Waalse kerk was oorspronkelijk de kapel van het Sint Paulusbroedersklooster. Het klooster werd gesticht in 1409 door de Bogarden, de mannelijke tegenhangers van de Begijnen – vrome leken die in een klooster samenleefden zonder de eeuwige kloostergelofte. In 1586 werd de kapel afgestaan aan de Franse Hugenoten, die vanwege de katholieke repressie gevlucht waren uit de Zuidelijke Nederlanden en Frankrijk. Zij verbouwden de kapel tot Waalse kerk. Al snel werd de kerk te klein, en in 1661 werd de zuidelijke zijbeuk uitgebreid. Beroemd aan de kerk is de akoestiek: veel opnamen van barokmuziek vinden hier plaats. 

Loop verder langs de gracht en neem de tweede straat rechts, de Spinhuissteeg. Zie je het poortje op nummer 1? Er is tegenwoordig maar weinig meer van te zien, maar vanaf 1419 stond hier het Sint Ursulaklooster. In 1550 lieten de nonnen (Ursulinen) de eerste anatomische les in Amsterdam in dit klooster plaatsvinden. Na de Alteratie werd het klooster verbouwd tot tuchthuis (spinhuis) voor vrouwen. In de Spinhuissteeg staat nog de oude poort van het Spinhuis, met de tekst: Schrik niet ik wreek geen quaat maar dwing tot goet. Straf is myn hant maar lieflyk myn gemoet. Nu zit hier de afdeling Sociologie & Culturele Antropologie van de UvA. Loop de steeg uit naar de Kloveniersburgwal.

9. Lutherse kerk (1793)

Op de hoek van de Spinhuissteeg en de Kloveniersburgwal zit het Compagnie Theater, gehuisvest in de vroegere kerk van de Hersteld Lutherse gemeente. Het gebouw is ontworpen door stadsarchitect Abraham van der Hart, nauwelijks herkenbaar als kerk en dat was ook precies de bedoeling. Net als de katholieken was het ook de Lutheranen niet toegestaan kerken te bouwen. Door tussenkomst van de Lutherse koning van Denemarken, die bij de Oranjes gepleit had voor opheffing van het verbod, kregen de Lutheranen toch toestemming kerken te bouwen. Maar dan wel zonder toren – alleen de gereformeerden mochten torens bouwen. Een soortgelijke situatie deed zich in 2001 voor in Zwitserland, toen in de grondwet werd opgenomen dat moslims weliswaar moskeeën mochten bouwen, maar dan wel zonder minaret.

Loop terug over de Kloveniersburgwal. Ga rechtsaf naar Rusland en sla linksaf naar de Oudezijds Achterburgwal. Aan de linkerkant loop je langs de Agnietenkapel.

10. Agnietenkapel (1397 / 1470) 

Op St. Agnesavond, 20 januari 1397, werd het Agnietenklooster gesticht. Een nonnenklooster van de franciscaanse zusterorde van de heilige Agnes. Van het klooster is alleen de kapel nog over, maar vergeleken bij andere kloosters is dat al heel wat. Het klooster, inclusief de kapel, brandde in 1452 tijdens de grote stadsbrand af, maar werd in 1470 herbouwd. Er is een onder- en een bovenkerk. De bovenkerk was uitsluitend bestemd voor de nonnen, de onderkerk was voor de leken. In 1629 besloot het Stadsbestuur de bovenkerk af te staan aan het Atheneum Illustre, de verre voorloper van de Universiteit van Amsterdam. Het hele gebouw is nu in bezit van de universiteit en wordt gebruikt voor promoties, afscheidscolleges, congressen en lezingen. 

Ga linksaf door de Oudemanhuispoort.  

11. Oudemanhuispoort (1393)

Hier was ooit één van de oudste en rijkste kloosters van de stad, met een deftige naam: Sint Marienveld ten Nyen Lichte. Hier zaten voornamelijk rijke dames. Aan de overkant werd het Sint Dionysios ter Lelie gebouwd en in de volksmond werden de twee kloosters al gauw Oude en Nieuwe Nonnen genoemd. In 1601 werd in de boomgaard van het klooster een Oudemannenhuis gevestigd. De gang waar je nu doorheen loopt dateert uit dat jaar. Hier is al eeuwenlang een dagelijkse boekenmarkt. De boeken worden ’s avonds opgeborgen in de winkelkasten rechts. Onduidelijk is waar ze oorspronkelijk voor hebben gediend. Het huidige gebouw rond de binnenplaats werd later gebouwd, zo rond 1750, als oudemannen- en vrouwengasthuis. Hier is tegenwoordig de juridische faculteit van de UvA. In 1786 kreeg de doorgang aan weerskanten schilderachtige poortjes. 

Ga terug de poort weer uit. Ga links- en meteen rechtsaf, naar de Grimburgwal. Sla na nummer 9 rechtsaf, een smal straatje in: Gebed zonder End. Langs de parallelle Nes stond destijds een hele verzameling kloosters. Lopend langs vijf kloosters aan de Nes hoorde je een ‘gebed zonder end’. In die tijd heette dit straatje overigens Clarendwarsstraat, wat verwees naar de huurhuizen van het Claraklooster. Ga linksaf de Kuiperssteeg in en vervolgens rechtsaf naar de Nes.  

12. Nes 

Hier zaten ooit vijf kloosters. Het was een moerassig en dus goedkoop stuk van Amsterdam: Nesse of Gansoirde refereert naar het drassige land en de ganzen die er waren. De Sint Barberenstraat rechts verwijst naar het Sint Barbaraklooster. Iets verder ligt links de Cellebroedersteeg, vernoemd naar het Cellebroedersklooster. Verderop aan je rechterhand op nummer 57 is de Bank van Lening. Vroeger was hier het Sint Maria Magdalenaklooster.

Ga na nummer 57 linksaf naar de Wijde Lombardsteeg. Ga linksaf op het Rokin. Ter hoogte van de Kalfsvelsteeg zie je aan de overkant op nummer 78 de plek van de ‘Kapel Ter Heilige Stede’, een van de belangrijkste religieuze gebouwen in de 14e eeuw. In 1345 vond hier het Mirakel van Amsterdam plaats en de 'Heilige Stede' werd een populair bedevaartsoord. Er werd zelfs een speciale toegangsroute aangelegd om deze plek vanuit het westen goed bereikbaar te maken, de Heiligeweg – we komen er straks. Het mirakel werd jaarlijks herdacht met een processie van de kapel naar de Oude Kerk, totdat de Alteratie daar een stokje voor stak en processies verboden werden. In 1881 werd de traditie hersteld. Jaarlijks wordt nu in maart de ‘Stille Omgang’ gelopen.

Het Mirakel van Amsterdam?

Een stervende man ontving van een priester het laatste sacrament. Nadat de priester vertrokken was, moest de zieke man overgeven: alles kwam eruit, inclusief de Heilige Hostie. Zijn braaksel werd in het vuur gegooid. De volgende morgen bleek dat de hostie niet verbrand was, maar in het vuur danste. Een wonder, beslisten de gelovigen. De hostie werd in processie naar de Oude Kerk gebracht, maar werd toch weer teruggevonden in het huis van de zieke man. Nadat dit nog twee keer was gebeurd, werd besloten om op de plek van het mirakel een kapel te bouwen, de Kapel Ter Heilige Stede.

Steek het Rokin over. Loop de Taksteeg in, door de Rozenboomsteeg naar het Spui. Ga de eerste straat, de Voetboogstraat, links. Loop de straat uit tot aan de ingang van de Kalvertoren op de Heiligeweg. 

13. Clarissenklooster 

Hier stond in de 16e eeuw het Clarissenklooster. De Clarissen, zusters van de Tweede Orde van Sint Franciscus, waren erg streng in de leer. In 1596 werd het klooster verbouwd tot een tuchthuis voor mannen, een zogeheten Rasphuis, waar hout moest worden geraspt voor de bereiding van verf. Het poortje gaf in de 17e eeuw toegang tot dit Rasphuis. Op het poortje zie je leeuwen, beren, wilde zwijnen en tijgers die een wagen trekken met hout. Voor op de wagen zit een man met een zweep in zijn hand. Boven hem staat de Latijnse tekst: Vertutis est domare quae cincti pavent, wat neerkomt op het volgende: ‘het is een deugd van ’t kloek gemoed, te temmen dat elk schrikken doet’. Daarboven drie beelden: in het midden een vrouw met het wapen van Amsterdam op de linkerknie en in haar hand een zweep. Naast haar twee geboeide, naakte mannen. Het woord Castigatio onder de voeten van de vrouw geeft aan dat ze het symbool van de tuchtiging is. 

Ga rechtsaf en loop via de Handboogstraat terug naar het Spui. Links is de aula van de universiteit.

14. Lutherse Kerk (1633)

Sinds 1961 wordt dit gebouw verhuurd aan de Universiteit van Amsterdam. Vroeger stond hier een huiskerk van de lutheranen. Via aankoop van naastgelegen panden werd de kerk steeds groter en in 1631 gaf de stad toestemming om op de plek van zeven gebouwen een nieuwe kerk neer te zetten. Er was in de 17e eeuw sprake van een enorme immigratie, op veel grotere schaal dan tegenwoordig. De immigranten waren welkom, de stad had simpelweg arbeidskrachten nodig. In 1650 was het meerendeel van de Amsterdammers geboren in het buitenland. 60 Procent van deze immigranten kwam uit Duitsland en velen waren lutheranen. Ook de nieuwe, grotere kerk bleek al snel te klein. In 1667 kwam er een tweede kerk, de Nieuwe of Ronde Lutherse Kerk aan de Singel. 

Ga aan de overkant door de bruine deur het Begijnhof in.

15. Begijnhof  

Het Begijnhof was geen klooster en dus waren de Begijnen ook geen nonnen. Zij hoefden zich niet te houden aan allerlei kloostergeloften, behalve de gelofte van kuisheid, en ze moesten ongehuwd zijn. De Begijnen konden beschikken over hun eigen bezit, in tegenstelling tot nonnen.

De kerk van de Begijnen dateert uit 1419. Na de Alteratie in 1578 moesten ook de Begijnen hun kerk afstaan. De kerk werd aan de Engelssprekende Amsterdammers gegeven en sindsdien heet deze kerk de Engelse Kerk. De Begijnen waren daarna aangewezen op schuilkerken. In 1665 lieten ze tegenover de Engelse Kerk twee huizen samenvoegen en verbouwen tot kapel. Deze kapel werd opgedragen aan Joannes de Evangelist en Sint Ursula. Toen in 1908 de Heilige Stede werd afgebroken, werd deze kerk de Mirakelkerk. Het interieur is nog grotendeels intact, inclusief de schilderingen, biechtstoelen en preekstoel. Het is een nog altijd functionerende katholieke kerk en meestal open voor publiek.   

Verlaat het Begijnhof via het andere poortje (uit 1574) naast de Engelse Kerk. Ga linksaf naar de Gedempte Begijnensloot en rechtdoor door de galerij van het Amsterdam Museum (in coronatijden gesloten, je kunt nu via de Gedempte Begijnensloot of via de Kalverstraat). 

16. Luciënklooster (1414)

Hier was het in 1635 gebouwde Burgerweeshuis gevestigd. Het meisjeshuis links stond op de plek waar vanaf 1414 het Sint Luciënklooster stond. In de 17e eeuw werden de kloostergebouwen gesloopt en kwam het Burgerweeshuis ervoor in de plaats. Sinds 1975 zit hier het Amsterdam Museum. Het gebouw is zoveel mogelijk in de oorspronkelijke staat gebleven. 

Het meisjeshuis stond om de grote binnenplaats heen, de andere binnenplaats hoorde bij het jongenshuis. De twee binnenplaatsen werden destijds gescheiden door de in 1865 definitief gedempte Begijnensloot. In 1762 werd er op de binnenplaats van het jongenshuis een galerij met 120 kastjes gebouwd waarin de jongens hun persoonlijke bezittingen konden opbergen. Deze zijn nog steeds te zien. 

Loop langs het jongenshuis naar de Kalverstraat. Sla linksaf en loop door tot nummer 58. 

17. De Papegaai (1672 / 1848) 

Verscholen in huis en tuin van de familie Bout zat hier, aan de Kalverstraat 58, in de 17e eeuw een schuil- of huiskerk. Het huis heette De Papegaai, de kerk ook. Vanaf 1848 waren er diverse verbouwingen en uitbreidingen. De 19e-eeuwse gewelven in de kerk zijn puur decoratief: ze zijn niet van steen, maar van stucwerk. De oorspronkelijke inventaris van de huiskerk is grotendeels bewaard gebleven en de kerk is doorgaans geopend voor het publiek.

Loop via de Kalverstraat naar de Dam.

18. Nieuwe Kerk (15e eeuw) 

Zo'n honderd jaar na de bouw van de Sint Nicolaaskerk werd er aan de Dam een nieuwe kerk gebouwd, de Nieuwe Kerk, omdat het aantal inwoners van Amsterdam flink gegroeid was. In de volksmond kreeg de Sint-Nicolaaskerk daardoor vanzelf de naam Oude Kerk. De kerk brandde in 1645 door werkzaamheden van loodgieters geheel uit, op het koor en straalkapellen na. Het werd in gotische stijl herbouwd – al was de tijd van de gotiek eigenlijk al voorbij. De houten gewelven werden vervangen door stenen en er kwam een nieuw orgel, ontworpen door Jacob van Campen, de architect van het stadhuis. 
In 1565 kreeg de Oude Kerk een nieuwe toren. Voor de Nieuwe Kerk werd ook een toren ontworpen, die zelfs hoger dan de Domtoren in Utrecht moest worden. Maar de kosten van het nieuwe stadhuis in aanbouw vielen zo hoog uit dat het stadsbestuur afzag van de toren, ook al waren er al meer dan zesduizend palen in de grond geslagen… 

De Nieuwe Kerk is de plaats voor koninklijke aangelegenheden: hier zijn de bruiloften en in 2013 legde koning Willem Alexander hier de eed af. De kerk wordt verder niet meer gebruikt voor religieuze diensten, maar vooral voor tentoonstellingen, zoals World Press Photo. 

Hier op de Dam eindigen we onze wandeling.

Local Experts     

Stadswandelkantoor

Stadswandelkantoor organiseert fascinerende rondleidingen. De kern van Stadswandelkantoor zijn Bert Franssen en Ruud van Soest, architectuurjournalisten en architectuurhistorici. Op pad met Stadswandelkantoor? Boek een wandeling via stadswandelkantoor.nl

Franssen en Van Soest zijn afgestudeerd als socioloog en researchpsycholoog en lang als zodanig werkzaam geweest. Research was én is de kern van hun werk. "Stadswandelkantoor is een echte netwerkorganisatie. We werken samen met woningcorporaties, de gemeente, architectuurinstellingen, en met een groep fantastische rondleiders. Allen met een academische achtergrond, velen hebben gepubliceerd over Amsterdam. Als ervaren gidsen begrijpen we dat een studiereis, excursie of gewoon een bezoekje aan Amsterdam ook plezierig moet zijn. We vertellen dus geen ‘droog’ verhaal, bewegen ons lichtvoetig door de steden. Maar at the end of the day heb je wel iets opgestoken. Deskundig én plezierig dus."

Het kaartje werd getekend door illustrator Monique Wijbrands. Bekijk haar werk op: moniquewijbrands.nl