In de oude Pijp kom je veel voorbeelden van de Amsterdamse School-architectuur tegen, een prachtige bouwstijl uit begin 20e eeuw met een hele politieke gedachtegang erachter. Deze bouwstijl vind je ook elders in Amsterdam en na deze wandeling zul je de stijl makkelijker herkennen.

Halverwege de 19e eeuw industrialiseerde Nederland in rap tempo. Plattelandsbewoners trokken naar de grote steden om er te werken in de nieuwe fabrieken en industrieën. De stedenbouw was hier niet op berekend en de arbeiders kwamen in de meest erbarmelijke omstandigheden te wonen. Dit zorgde voor steeds meer verkeersoverlast, verpaupering en verspreiding van besmettelijke ziektes zoals TBC. Langzamerhand begonnen de lokale overheden zich te realiseren dat er ingrijpende maatregelen moesten worden genomen om de problemen het hoofd te bieden. In Amsterdam verrezen in snel tempo wijken als De Pijp en de Dapperbuurt.

In 1901 werd de woningwet ingevoerd waarin voorgeschreven staat dat woningbouwcorporaties subsidies kunnen ontvangen mits:
- ze uitsluitend werkzaam zijn ten dienste van de volkshuisvesting;
- ze de winst opnieuw hieraan besteden;
- ze zich richten op groepen in de samenleving die niet zelf in hun huisvesting kunnen voorzien.

Als gevolg van deze nieuwe wet werden er nieuwe woningen voor arbeiders gebouwd, driekamer ‘paleisjes’, met keuken en balkon en twee slaapkamers. Het welzijn en de maatschappelijke ontwikkeling van de bewoners stond voorop. De Amsterdamse School werd het bouwkundig gezicht van deze idealen.

De Amsterdamse School is ontstaan als reactie op het rationalisme, een grote bouwstroming in Nederland aan het eind van de 19e eeuw. Het rationalisme, met als belangrijkste Nederlandse voortrekker architect Hendrik Petrus Berlage, stond voor een functionele en praktische benadering van gebouwen. De Amsterdamse School bouwde voort op de functionaliteit die Berlage had geïntroduceerd, maar gaf hier op geheel eigen wijze invulling aan en pleitte voor individuele expressie. M. de Klerk en P.L. Kramer gelden als de voornaamste architecten van de Amsterdamse School.

De stijl van de Amsterdamse School is herkenbaar aan het kleur- en materiaalgebruik en de rijke versieringen. Er werd gebruik gemaakt van natuursteen, tegels en dakpannen. De ramen met de vele kleine ruitjes hebben een afwijkende vorm: bol, hol of een parabolische vorm. Vaak zijn ook de regenpijpen weggelaten op de zichtbare plekken van de gevel, door ze in de muur te verwerken. De huizen hebben golvende gevels en de daken werden soms versierd met torentjes. In hijsbalken, hekwerk, raamijzers en roosters van trapportalen werd smeedwerk toegepast en de beeldhouwwerken die je vooral bij de ingangen en op de hoeken ziet zijn mannen- en vrouwenfiguren als symbolen van de werkende klasse.

Start op het Hendrik de Keijserplein.

1. Hendrik de Keijserplein

Hendrik de Keyser kwam uit een geslacht van beeldhouwers. Begin jaren negentig kwam De Keyser naar Amsterdam, waar hij in 1595 stadsarchitect en stadssteenhouwer werd. Hij ontwierp een keur aan gebouwen, zoals het Oost-Indisch Huis en de Westerkerk. Die laatste werd na zijn dood door zijn zoon Pieter voltooid en zou zijn beroemdste werk worden. Naast deze gebouwen ontwierp en bouwde hij ook woonhuizen voor rijke particulieren. Beroemd zijn het mogelijk door hem ontworpen Huis met de Hoofden en het Huis Bartolotti. Of het Huis Bartolotti van zijn hand is, wordt van verschillende kanten betwist. Hendrik de Keyser overleed in 1621 en ligt begraven in de door hem ontworpen Zuiderkerk. Zijn grafsteen is hier nog steeds te zien.

Volg een klein stukje de Lutmastraat en sla dan rechtsaf naar de Burgemeester Tellegenstraat. In deze straat zie je op sommige hoeken, bijvoorbeeld bij nummers 66, 68 en 70, de uitstekende raampjes. Loop weer een klein stukje terug en ga linksaf het poortgebouw onderdoor. Je komt dan op de Coöperatiehof.

2. Coöperatiehof

Dit woningcomplex uit 1927 is oorspronkelijk een samenvoeging van drie woonblokken met arbeiderswoningen, een vergaderzaal en een leeszaal ter emancipatie en verlichting van de arbeiders. Een gevelsteen van beeldhouwer Jan Trapman boven de ingang van de leeszaal met een afbeelding van boeken, bomen, een sleutel en een slang herinnert nog aan de oorspronkelijke functie van het centrale gebouw als openbare leeszaal. Trapman haalde de inspiratie voor zijn beeldhouwwerk uit Artis.

De oude bibliotheek met de grijze klokkentoren staat rechts op het plein en was tot de jaren tachtig in gebruik als openbare bibliotheek. Dit gebouw is stilistisch het meest interessant. De hoge klokkentoren symboliseert de intellectuele verheffing van de arbeider. In het interieur waren decoraties aangebracht met een stichtelijk karakter. Op de begane grond was aanvankelijk de vergaderzaal ingericht.

Centraal gelegen op het plein staat een bolvormig monument ter herinnering aan volkshuisvestingspionier Lucas Van Buuren. Kijk voor het verlaten van het plein naar de hoeken van de woningen. Deze zijn rond met van onderen omgekeerde kantelen.

Steek het plein over en loop rechtdoor naar de Willem Pastoorstraat, met ook hier weer de golvende gebouwen en de vele kleine ramen. Neem vervolgens de eerste straat links. Nu kom je in de Thérèse Schwartzestraat met prachtige portieken met rondingen erboven en ook hier zie je het tweekleurige baksteengebruik. Deze straat gaat over in het Thérèse Schwartzeplein.

3. Thérèse Schwartzeplein

Een prachtig staaltje Amsterdamse Schoolarchitectuur van Michel de Klerk dat tussen 1919 en 1922 is gebouwd. Je ziet vier trapeziumvormige huizen, die elk zes woningen bevatten. De twee verdiepingen hebben een zolderetage met een licht hellend dak.

Door de trapeziumvorm ontstond een opening die naar boven steeds breder wordt. Ertussen bevindt zich een balkon. Op de tweede verdieping is een extra grote woonkamer omdat één van de slaapkamers op de zolderverdieping is ondergebracht.

Op de hoek naast huisnummer 1 is een zandstenen kunstwerk van Jan Heijens uit 1930 te zien. Het is een afgeronde gevelsteen die gemaakt is bij de bouw van woningbouwcomplex de Dageraad. Het beeldt de oogst uit met vier figuren en een haan op een korenschoof.

Loop om het plein heen de Paletstraat in en sla bij de Jozef Israelkade linksaf. Even verder op aan de linkerkant bevindt zich het Berlage Lyceum.

4. Berlage Lyceum

Dit deel van het Berlage Lyceum heeft twee bijzondere bouwplastieken van Hildo Krop.

De details zijn moeilijk te onderscheiden, maar het toont een groep mensenbeelden. Boven een zwangere vrouw met druiventros, daaronder een man met gespreide en gespierde armen en benen. Verder nog de beelden verwijzend naar handel, industrie en landgoed. Dit alles verwijst naar de tweede handelsschool die hier ooit gevestigd was.

Ga vervolgens linksaf de Pieter Lodewijk Takstraat in. P.L. Tak was een socialistische journalist. Hij was lid van de SDAP en richtte samen met Henri Polak de sociaal democratische woningbouwvereniging De Dageraad op. Aan het einde van de straat bevinden zich aan weerszijden de twee monumentale woonblokken van de woningbouwvereniging De Dageraad.

5. De Dageraad

Dit woningcomplex behoort tot de esthetische hoogtepunten van de Amsterdamse school.

De naam De Dageraad is terug te vinden in baksteen op de gevels. Het woningcomplex is gebouwd in drie kleuren baksteen met asymmetrische ramen, torentjes en op de hoeken ronde balkonnetjes en erboven een schoorsteen als van een stoomschip. De daken lijken hier op golven van de zee. Een gedenksteen in het hoekhuis rechts herinnert aan de architecten Michel de Klerk en Piet Kramer. De tekst in de linker toren is gewijd aan Pieter Lodewijk Tak.

Sla rechtsaf weer de Burgemeester Tellegenstraat in en neem vervolgens de eerste straat rechts, de Talmastraat. Op de hoek staat een woningcomplex met twee zwevende bogen van messing, deze zijn pas in 1987 geplaatst.

Loop vervolgens de Talmastraat helemaal uit tot aan de Mauvestraat met links op de hoek woningen met trappen en dakpannen aan de voorgevel. Ga rechtsaf de Mauvestraat in en dan linksaf naar de Carillonstraat, waar sommige woningen ramen hebben in trapeziumvorm. Loop door tot het einde van de straat en sla rechtsaf de Van Woustraat in.

6. Van Woustraat

De Van Woustraat is genoemd naar klokkengieter Geert van Wou. In deze straat staan prachtige gebouwen met typische kenmerken van de Amsterdamse School.

Het huis aan de overkant van de brug (aan de ene kant de Josef Israelskade, aan de overkant de Amstelkade) is in 1921-1922 gebouwd door architect G.J. Rutgers. Het huis heeft vele uitspringende delen waardoor het een zeker ritme krijgt. De ronde torens op het dak zijn bijna kunst in baksteen.

Volg de Van Woustraat, deze gaat over in de Rijnstraat. Ook hier zie je weer prachtige gebouwen met uitbouwseltjes en torentjes. Let ook op de ramen: allemaal anders van vorm en afmeting!

Blijf de de Rijnstraat volgen tot aan het kruispunt met de Vrijheidslaan en sla hier even linksaf. Kijk even naar de sierlijke ronde hoeken en de verschillende kleuren baksteen. Loop weer terug en ga rechtdoor tot aan het Victorieplein.

7. Victorieplein

Het Victorieplein heette vroeger het Daniël Willinkplein, naar dichter Daniël Willink, onder andere bekend van Amstellandsche Arkadia en andere geschriften over de schoonheid van de stad. De naam werd echter veranderd ter herinnering aan de overwinning van de geallieerden in mei 1945. Hier staat ook de eerste wolkenkrabber van Amsterdam: 12 verdiepingen en 46 meter hoog. Het werd tussen 1930-1932 gebouwd door architect Jan Staal. Het gebouw vertoont kenmerken van de bouwstijlen van de Amsterdamse School, van het functionalisme en van de nieuwe zakelijkheid.

Je bent nu bij het eindpunt van deze wandeling.

Benieuwd naar nog meer verhalen over de stad? Ga, zodra de maatregelen het weer toelaten, op pad met Marianne Witte-Wijnberg. Stuur een mailtje naar m.witte.wijnberg@live.nl en krijg het uitgebreide verhaal mét een vleugje humor.
Het kaartje werd getekend door illustrator Monique Wijbrands. Bekijk haar werk op: moniquewijbrands.nl