Dit object maakt onderdeel uit van de voormalige Stelling van Amsterdam, de kringstelling van permanente verdedigingsbouw rond de hoofdstad, die tevens gold als Nationaal Reduit en werd aangelegd tussen 1880 en 1920 door het Departement van Oorlog. Met de inpoldering van de Haarlemmermeer in de jaren 1848-1852 kwam er niet alleen een zeer groot stuk nieuwe landbouwgrond beschikbaar maar wijzigde tegelijkertijd de strategische sistuatie in de verdediging van Amsterdam. Daarom legde de Genie aan de randen van de toekomstige polder tussen 1842 en 1946 op vier punten torenforten aan die de belangrijkste toegangen tot Amsterdam zouden kunnen bestrijken. Deze forten volgens een oud concept gebouwd dat ook bij de Hollandse Waterlinie werd gehanteerd, bleken na een zeer korte tijd volledig acherhaald. Bij het uiteindelijke ontwerp van de stelling van Amsterdam vanaf omstreeks 1880 projecteerde men daarom een zware aarden liniewal als waterkering en hoofdverdedigingslijn dwars door de polder, met daaraan forten, batterijen, verbindingswegen en inundatiemiddelen. Tesamen vormden deze werken de Linie door de Haarlemmermeerpolder. Het bindende element hierin was en is de Liniewal of Geniedijk. Ook de nevenbatterij behoort tot de linie.Aangenomen kan worden dat de bouwdatum rond 1904 ligt, dat is gelijktijdig met de aanleg van de nevenbatterij van het fort bij Vijfhuizen. De nevenbatterij was bestemd voor verrijdbaar geschut dat in vredestijd elders in de genie- en artillerieloodsen stond opgeslagen.