Haar vader Pieter Schaft is geboren in Oostzaan. Tijdens de Tweede Wereldoorlog nam ze actief deel aan het verzet en hielp onderduikers met gestolen bonkaarten en persoonsbewijzen. Haar schuilnaam werd Hannie en haar bijnaam ‘het meisje met het rode haar’. Samen met anderen pleegde ze verschillende aanslagen op Duitsers, collaborateurs en landverraders.

Hannie Schaft werd opgepakt en drie weken voor het einde van de oorlog op 17 april 1945 gefusilleerd in de duinen bij Bloemendaal. Later werd haar stoffelijk overschot herbegraven op de Erebegraafplaats Bloemendaal te Overveen. Op het Hannie Schaftplein is ook een gedenkplaat aangebracht in haar nagedachtenis: “Voorwaarts en niet vergeten”.