Onderdeel van de stelling van Amsterdam. De aanleg van de stelling betrof niet alleen een ingreep op de percelen waar de nieuwe verdedigingswerken waren geprojecteerd, maar leverde tevens consequenties op voor het gebied tot één kilometer buiten de verdedigingslijn in verband met een vrij schootsveld. Buiten de vestingwerken werden op de kaart drie kringen getrokken op respectievelijk 300, 600 en 1000 meter. Hierbinnen golden beperkende regels waarvan de meest herkenbare het bouwen  in brandbare materialen vormt. Ten tijde van beleg zouden de woningen en stallen worden ontruimd en de opstallen verwijderd.