Onder een van die stenen ligt Claes Compaen (1587-1660). Hij werd geboren in Oostzaan en was een beruchte zeerover. Hij begon als Kaapvaarder om onder andere de Spaanse schepen aan te vallen en leeg te roven tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648). Hij had daarvoor opdracht (een commissiebrief) van de Heren Zeventien, het bestuur van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). Maar Claes Compaen begon voor zichzelf, zijn commissiebrief werd ingetrokken en van toen af was hij zeerover. Hij veroverde meer dan 350 schepen en gaf zichzelf de naam ‘Neptuun ende coninck van de zee’. De zeerover kreeg genoeg van het rauwe leven en verlangde terug naar vrouw en kinderen die hij in Oostzaan had achter gelaten. De stadhouder verleende hem ‘pardon’, zodat hij in 1627 als een rijke vent kon terugkeren in Oostzaan. Hij stierf als een arme man in 1660.