Na wat expirimenten ontdekte Wouter Sluis dat de gasbelletjes uit brandbaar gas bestaan. Hoe je dit brandbare gas geschikt kon maken voor (huishoudelijk) gebruik, duurde nog bijna 45 jaar. Samen met de firma Lankelma, werd een installatie ontwikkeld die het gas uit de Nortonwelwater kon scheiden. Het was nu geschikt voor gebruik.

Dit brongas ontstaat door de bacteriële afbraak van organisch materiaal, zoals planten en algen, in de zandige pakketten onder de Holocene veen- en kleilagen. Het brongas bevat ongeveer tachtig procent methaan en twintig procent stikstof en kooldioxide.

In 1950 bevonden zich in de Beemster 816 gasbronnen, nu nog maar enkele. Bij slecht weer ontstaat er meer gas.