Drie onsterfelijke opgeblazen ego’s

Koning Lear laat zich ter meerdere eer en glorie van zichzelf inpakken in een net van leugens en slijmerij. Don Quichot houdt krampachtig vast aan zijn ridderlijke waardes uit de tijd dat mannen nog mannen waren en vrouwen vrouwen. De Revisor ondervindt aan den lijve dat je niks hoeft te kunnen om beroemd te zijn. Een narcist op een troon, een populist op een paard, en een oplichter in Emmeloord. Drie onsterfelijke opgeblazen ego’s. De Theatertroep prikt ze door, lapt ze op en blaast er weer gebakken lucht in tot ze op springen staan.

In drie korte nieuwe toneelstukken, die de actualiteit even schaamteloos misbruiken als het repertoire, komt een bonte stoet aan klassieke en hedendaagse mengfiguren voorbij: Een koningin met ingebeelde glutenallergie. Een flegmatieke pillendraaier. Een Russische politieagent die op extravagante homoseksuelen jaagt. Een bode met een bol-punt-com-pakketje. En nar die ook eens op de Parade wil spelen. Twee vrouwen die gewoon heel lekker aan het communiceren zijn. Een specialist op het gebied van trappen. Een verhuizer die rechten studeert en teven naait. Een zelfverklaard literator die zijn soep per stoomboot uit Parijs laat komen. En vloggende querulant die voor een ambtenaar wordt aangezien.