Een voorstelling over wat je je bijna niet wilt voorstellen

Het gevoel van met 4-0 achter staan, hopeloos overhoop in je eigen gedachten. Opgroeien in een wereld die roept dat zij verwaarloosd is, waarvan volwassenen zeggen dat het wel meevalt. Wat doe je dan, als je een jaar of achttien bent? Wie of wat ben jij om iets te doen, zeggen, willen, vinden, schreeuwen, laten, toestaan of verbieden?

Stuiterballend door het leven, terwijl boze witte mannen de macht grijpen en doen alsof het ijs op de polen niet smelt en je gewoon gezellig moet kunnen blijven barbecueën. Dat je (misschien net iets te lang) wacht… tot de volgende ochtend nieuwe kansen brengt. Met God die hoopvol met ons meekijkt, toch?

Waar beginnen je dromen… en waar eindigt hoop? Ooit en nooit liggen zo dicht bij elkaar, dus laten we maar beginnen bij het begin om te zorgen dat de hoop nooit overgaat?