Uit het leven gegrepen

Saber heeft tevergeefs geprobeerd zijn vader in Hebron te begraven. Hij kreeg van de Israëlische autoriteiten geen toestemming om Palestina in te gaan (Transit 1).

Na maanden wachten bij de grensovergang is zijn vrouw Anouk hem komen zoeken. Zij heeft hem, door te dreigen zich van het leven te beroven, overgehaald met haar mee terug te gaan naar Nederland, naar de kinderen, met achterlating van zijn vader in een kist (Transit 2).

Bij aankomst op Schiphol is hij gearresteerd en moet nu in detentie zijn rechtszaak afwachten. Anouk heeft hem sinds aankomst in Nederland niet meer gezien. Hoeveel zij ook van hem houdt, zij wil niet langer getrouwd zijn met de man die zonder overleg met haar met zijn dode vader is afgereisd naar Palestina en daarmee het leven van haar en haar kinderen richting de afgrond heeft geduwd. Na drie maanden bezoekt zij hem in de gevangenis om hem dit te vertellen (Transit 3)