Dertig gekaderde wereldjes 

In dertig houten kaders volgen de beeldverhalen elkaar associatief op. Twee spelende mannen, zoals de dikke en de dunne, maar nu de grote Peter en de kleine Jef, creëren een eigen universum dat bestaat uit dertig gekaderde wereldjes. 

Het spel hangt tussen performance, beeldende kunst en fysiek theater. Het is binnen de kaders buiten de lijntjes kleuren, fysiek en met objecten en attributen. De twee dragen elkaar als planken, tollen met hun lijven rond, ze plakken aan elkaar, ze zwieren elkaar, schreeuwen hun dolle pret uit. De homo ludens in volle glorie!