Een bom is geëxplodeerd, de stad is verlamd van angst. Amor dwaalt door de straten en doet zijn best niet op te vallen. Maar wat is normaal gedrag als iedereen zo wantrouwig naar je kijkt? Lijkt hij niet verdacht veel op de dader? Dezelfde afkomst, dezelfde zwarte rugzak. Ís hij misschien de dader, of zijn het de ogen van anderen die hem langzaam veranderen in de gehate terrorist? Als hij zichzelf in de winkelruit ziet, schrikt hij: ‘Ik ving de blik van een extreem verdacht individu. Het was mijn eigen reflectie.’