"Ben je bang dat je morgen niet genoeg te eten hebt of denk je daar niet aan? - Ja, natuurlijk denk ik daaraan. Op de avonden dat ik mijn kinderen niets kan geven, denk ik er veel aan. - Wat denk je dan? - Ik weet het niet, niets. Ik denk. "

Aï denkt, ze denkt veel. Aï heeft nog nooit voldoende eten gehad, ze is nooit naar de stad geweest, ze heeft nooit elektrisch licht gehad of stromend water of een gasbrander of een toilet. Ze is nooit in een ziekenhuis bevallen, heeft nooit een televisieprogramma gezien, nooit een lange broek gedragen, ze had nooit een horloge, een bed, heeft nooit een boek gelezen, ze heeft nooit een krant gelezen, ze heeft nooit op afbetaling gekocht, nooit coca cola gedronken, nooit een pizza gegeten, nooit een toekomst kunnen kiezen, nooit gedacht dat haar leven iets anders zou kunnen zijn dan het is. Ze heeft nooit gedacht dat ze misschien zou kunnen leven zonder de vraag of ze morgen te eten zou hebben.'

Martín Caparró en Ingrid Robeyns:

Martín Caparró: 'Er zijn vraagtekens te stellen bij het idee van ‘eigen verdienste’. Wij kunnen helemaal geen welvaart creëren zonder op de schouders van de generaties voor ons te staan. Neem een willekeurige superrijke persoon uit de eenentwintigste eeuw, en verplaats die naar een samenleving met een beperkte infrastructuur en een primitief niveau van wetenschap en innovatie, en het wordt meteen duidelijk dat de meeste fortuinen niet mogelijk zijn zonder een beroep te doen op technologie en instituties die door anderen zijn bedacht. Je zou dit kunnen beschouwen als een collectieve erfenis, en je dan de vraag kunnen stellen hoe de vruchten daarvan verdeeld moeten worden.'
Ingrid Robeyns: 'De mens is een hongerig dier, een rupsje nooitgenoeg. Een gistcel in druivensap, die de suikers omzet in alcohol net zolang tot hij afsterft door de alcohol die hij zelf produceerde. Met als postuum resultaat: een verslavend lekkere wijn.'