Gijsbreght

Soldaten van de Kennemers en de Waterlanders – resp. ten westen en ten noorden van Amsterdam – belegeren in 1304 Amsterdam om wraak te nemen op Gijsbreght. Men meende dat hij betrokken was bij de moord op Floris V in 1296. Op de kerstavond van 1304 vertrekken de belegeraars overhaast. Het gerucht wordt verspreid dat de twee vijandelijke aanvoerders onderling ruzie hebben gekregen. Een gevangen genomen vijandelijke spion vertelt bovendien dat vlak buiten de stad een schip met rijshout voor het grijpen ligt. De Amsterdammers halen het schip verheugd de stad binnen, niet wetend dat zich onder de takken – waarmee ze het kasteel willen verwarmen – vijandelijke soldaten schuilhouden. Deze voorhoede opent de Haarlemmerpoort en laat de vijandelijke hoofdmacht binnen. Weldra is de stad bezet. Gijsbreght vlucht na felle strijd – in Gods opdracht – met een aantal volgelingen naar Pruisen om daar een nieuw ‘Holland’ te stichten.