In Death Row volgen we de dagelijkse sores in een woongemeenschap voor ouderen, op zoek naar een nieuwe bewoner. Er solliciteren personen van allerlei pluimage: een Surinaamse stervensbegeleidster, een transseksueel, een gesjeesde acteur. Allemaal willen ze de tweede helft van hun leven slijten met gelijkgezinden. De commissie legt hen het vuur na aan de schenen. Interesse lijkt daarbij niet de eerste drijfveer, eigenlijk houden ze het liefst de gelederen gesloten. Tussen de sollicitatiegesprekken door worden de beslommeringen op de woongroep besproken en wordt er stevig geroddeld. De sfeer komt op scherp te staan als een van de medebewoners al tijden gestalkt blijkt te worden door een andere bewoner. De vraag rijst wat de groep werkelijk bij elkaar zoekt.