Even kleurrijk als de Kalverstraat

Theater moest eruit zien zoals Amsterdam, even kleurrijk als de Kalverstraat. Dat doel stelde de charismatische Afro-Amerikaanse theatermaker Rufus Collins (1935-1996) zich toen hij in 1985 de witte toneelwereld in Nederland wakker schudde en het multiculturele gezelschap De Nieuw Amsterdam (DNA) oprichtte. Zijn gezelschap moest een afspiegeling zijn van het levendige en meerstemmige Amsterdamse straatbeeld met oude en nieuwe Nederlanders. Op zijn elfde kreeg Collins, opgegroeid in Harlem, New York, een beurs aangeboden voor de prestigieuze American School of Ballet, maar in plaats daarvan volgde hij een missionarisopleiding in een Jezuïetenklooster. Later verklaarde Collins dat hij zich daardoor pas laat realiseerde dat hij zelf zwart was. Dat besef, en de bewustwording van bijbehorende politieke en maatschappelijke consequenties, zouden een grote rol spelen in zijn verdere leven en werk. Hij belandde korte tijd op een toneelschool en sloot zich vervolgens in New York aan bij de experimentele theatergroep Living Theatre.
Eind jaren zestig kwam hij naar Europa waar hem in 1978 werd gevraagd om het Black Theatre Co-operative in Londen te leiden: een gezelschap dat als doel had om voorstellingen te maken van zwarte schrijvers vanuit het zwarte perspectief in Engeland. In 1981 werd hij uitgenodigd om een workshop te geven in Amsterdam, waar hij tot zijn overlijden in 1996 bleef wonen en werken. Samen met de Surinaams-Nederlandse theatermaker Henk Tjon regisseerde hij diverse voorstellingen, waaronder de spraakmakende opera The Kingdom over de zwarte onafhankelijkheidsbeweging op Haïti.