Wittgenstein zet uiteen wat zinvol en zinloos taalgebruik is. Zinvolle taal gaat over waarneembare kennis van de wereld. Voor andere (overigens zeer belangrijke) zaken als schoonheid, religie en ethiek geldt dat onze taal daar niet voor leent. Met deze conclusie meende Wittgenstein de grootste filosofische problemen opgelost te hebben en trekt zich terug uit de filosofie.

 In de tweede avond op 29 mei zien we hoe Wittgenstein op latere leeftijd de filosofie weer oppakt en zijn eigen jeugdwerk corrigeert. Na een periode als tuinman, -architect en schoolmeester keert hij terug in de wetenschap: als hoogleraar aan de Universiteit van Cambridge. In zijn boek Filosofische Onderzoekingen denkt hij verder na over de verhouding tussen taal en werkelijkheid.