'Ik denk ... een mannetje of drie, vier'

Als rekenaars geen exacte cijfers over aantallen, afstanden of tijdstippen kunnen geven, worden er schattingen gemaakt. Worden die rekenaars ook taalgebruikers, dan ontstaat er een bijzondere situatie want niet alle getallen zijn even geschikt om mee te schatten, zeker niet als die getallen in combinatie worden gebruikt. Hoe komt het dat het ene schattingspaar - een combinatie van twee getallen waarmee een schatting wordt weergegeven - wel 'acceptabel' is en het andere niet? En wat zegt dat over de manier waarop wij als taalgebruikers het liefst met hoeveelheden omgaan?

Carel Jansen

Carel Jansen is research fellow aan de Universiteit Stellenbosch in Zuid-Afrika en emeritus hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen.De Taallezingen worden georganiseerd door Verstegen & Stigter culturele projecten en Paradiso.