‘Tout acte de liberté est une nouvelle naissance,’ verklaarde ooit (in een interview) Julia Kristeva. Als dat zo is, dan zijn het schrijven en lezen van poëzie zulke bevrijdende handelingen. Radicale poëzie biedt geen troost en helpt ons niet door de dag, maar ontwortelt en ontketent, en plaatst zich daarmee, hinderlijk en heilzaam tegelijk, tussen onszelf en onze neiging ‘normaal’ te doen. Met deze gedachte als leidraad voert Erik Spinoy de lezer langs enkele belangrijke bakens van zijn eigen traject als dichter en lezer.


Zijn stellingen zullen tegen een kritisch licht worden gehouden door Anne Becking en Luuk Gruwez (Perdu te Amsterdam) en door H.C. ten Berge en Geert Van Istendael (Poëziecentrum Gent).