Deel twee van een Indische familie epos

Koen Verheijden studeerde in 2020 af aan de Toneelacademie van Maastricht en is nu werkzaam als schrijver en regisseur. Na een succesvol eerste deel van de Nina Bobo trilogie brengt hij nu deel twee van die Indische familie epos waarin hij niet schroomt kritisch naar de geschiedenis en zijn familie te kijken.

Vanuit onderzoek maakt hij reconstructies van politieke of historische gebeurtenissen, je zou zijn voorstellingen documentair kunnen noemen. Zijn werk is ondergedompeld in melancholie en gaan over personen die aan de zijlijn van die gebeurtenissen hebben gestaan.

Waar in Nina Bobo 1 Saartjes' verhaal centraal stond, een Indische vrouw die haar tong op een dag inslikte, staat in Nina Bobo 2 Moos centraal. Saartjes partner, KNIL-militair, onderdrukker, krijgsgevangene onder de Japanse bezetting, Nederlander, verliefd op Indië en bang voor Indonesië.

In Nina Bobo 2 wordt van veel kanten de onafhankelijkheidsoorlog in Indonesië, een zwarte bladzijde van de Nederlandse geschiedenis, verteld vanuit verschillende perspectieven. Waarin afgevraagd wordt: ‘hoe kwamen die jonge jongens tot zulke daden in staat? In hoeverre waren die acties vrijwillig? Kunnen we hen hun daden kwalijk nemen? En ben ik zelf tot zulke daden in staat?’