Counterculture, die term muntte socioloog Theodore Roszak voor de maatschappelijke revolte in de zestiger jaren. De hoofdstad van deze tegencultuur was New York. Eerst als broedplaats voor nieuwe visies op de kunst, het leven en de wereld: de poëzie van de Beatgeneration; de muziek van Bob Dylan; seks, drugs en rock-’n-roll. Maar later ook als strijdperk voor de Burgerrechtenbeweging, het verzet tegen de oorlog in Vietnam en tegen een materialistische, autoritaire samenleving.

Zangeres en schrijfster Patti Smith, haar gitarist en rock-’n-roll-historicus Lenny Kaye, en Dylan-biograaf Sean Wilentz – wiens vader de boekhandel 8th Street Books bestierde, waar de Beatgeneration van Allen Ginsberg opbloeide – beleefden, vormden en beschreven deze bijzondere jaren. Een middag lang vertellen zij, aan de hand van beelden en muziek, het verhaal over wat het was en wat het voor ons nu nog kan betekenen: An Education in Counterculture.