Muziek als troost in tijden van verdriet

Het werk opent met een proloog waarin La Musica een loflied aanheft op de buitengewone kracht die haar kunstvorm bezit. Met de verschijning van Apollo in de slotscène zet Monteverdi die stelling nog eens kracht bij. Deze opera toont aan dat muziek bij uitstek de kunstvorm is die direct tot de ziel spreekt en die het vermogen bezit om ons, stervelingen, blij te maken of troost te schenken in tijden van verdriet. Deze opera wordt in het Italiaans gezongen met Nederlandse en Engelse boventiteling.