Het verhaal speelt zich af op kerstavond: de dichter Rodolfo woont met de schilder Marcello, de musicus Schaunard en de filosoof Colline op een zolderkamer in Parijs. Ze zitten zonder geld en brandstof. Marcello, die werkt aan zijn schilderij Guesto mar rosso (de tocht door de rode zee), kan van de kou zijn penseel niet meer vasthouden. Rodolfo offert het manuscript van een drama op om de kachel aan te maken.

Tijdens deze laatste donkere dagen van het jaar vlamt de liefde tussen Rodolfo en zijn buurvrouw Mimì op. Tegenover dit tragische paar staat het voortdurend ruziënde, komische koppel Marcello en Musetta. La bohème gaat over de onbezonnen liefdes en hoge idealen van jonge arme Parijse kunstenaars die Puccini inspireerden tot het schrijven van emotionele passages. Een beroemde aria in La bohème - waarin je de liefde tussen Rodolfo en Mimì als het ware hoort opbloeien - is ‘Che gelida manina’.