Het verhaal van Caruso a Cuba

Toen de wereldberoemde tenor Enrico Caruso in Havana Aida zong, ontplofte er een bom in het theater. Hij vluchtte de straat op, regelrecht in de armen van de Chinees-Cubaanse Aida Cheng. De geschminkte zanger moet in zijn operakostuum veel opzien hebben gebaard … .

Aida Chengs peetvader is een machtige ‘santero’, een geestelijke van de Afro-Caribische religie; hij heeft de explosie voorspeld, evenals Aida Chengs liefdesaffaire en Caruso’s dood. Het verhaal is spannend, rijk aan metaforen en verwijzingen. Caruso en Aida zijn natuurlijk gelinkt aan Radamès en Aida uit Verdi's opera, maar ook zijn zij incarnaties van de Afro-Cubaanse goden Changó en Yemayá. Op de liefde tussen deze twee goden rust een vloek. Eeuwig zijn zij op zoek naar aardse lichamen om in te leven.