Een voorstelling waarin de makers Yorick Zwart en Rutger Kroon op zoek gaan naar comedy in de tragiek van het verlies van de enclave Srebrenica. Er zijn 8000 doden te betreuren in een verhaal dat voor de neutrale toeschouwer een klucht zou kunnen lijken: besluiteloze politici, geheime afspraakjes, niet opdagende F-16’s en slechte timing. Als het niet zo diep tragisch was, dan zou je er zomaar een voorstelling over kunnen maken. Deze zomer is het 22 jaar geleden dat Bosnisch-Servische troepen onder leiding van Generaal Mladic de ‘veilige’ enclave Srebrenica binnen lopen. De lichtbewapende Dutchbatters van Overste Karremans kunnen niet veel meer dan toekijken. Vaak is de schudvraag al gesteld, een antwoord hebben we nooit gekregen. Yorick Zwart en Rutger Kroon maken een bijzondere voorstelling over dit nationale trauma. Kan met deze tragische feiten een voorstelling gemaakt worden waarin lachen ons misschien wel bevrijdt? Of vergaat het lachen ons; en schuurt humor over dit onderwerp alleen maar? Na Montyn kruipt Yorick Zwart opnieuw in de huid van een oorlogsveteraan. Dit keer is het Nico, een soldaat die acteur wilde worden. Een Dutchbatter die terug kwam en verguisd werd door het thuisfront. Hij speelt Nico als de acteur die Nico eigenlijk wilde worden. Zwart wordt in deze voorstelling muzikaal ondersteund door zangeres Catalijne Janssen. Vormt zij het koor als in een Griekse tragedie of is zij de droomvoorstelling van Nico in deze nationaal traumatische komedie?