Krisztina de Châtel

De Nederlands-Hongaarse Krisztina De Châtel (1943) maakte voorstellingen met paarden en machines, met een gamepersonage, met vuilnismannen en brandweermannen. Ze staat echter vooral bekend om haar minimalistische dans vol repetitieve, bijna wiskundige bewegingen. “Een choreografie maken is niet zozeer het punt”, zegt De Châtel, “het gaat erom dat je je onderscheidt. Eigenheid is in één woord het belangrijkste en dat is ook meteen het moeilijkste.” Die eigenheid is er zeker in haar zeer divers oeuvre. Met circa 70 choreografieën en twee dansfilms op haar conto wordt ze met recht de grande dame van de minimalistische dans genoemd. In haar werk draait het om contrasten.

Haar choreografieën gaan geenszins over het etaleren van emotie, maar over structuur en ruimtelijkheid. Haar voorstellingen spelen zich vaak af buiten het theater. In een loods, in een rozenkas, met paarden in de duinen, maar ook in een museum of een kerk putten de dansers zich uit in repetitieve bewegingen en patronen. De laatste jaren is in haar werk steeds vaker haar visie op de maatschappij te zien. Het thema oorlog inspireerde haar tot het maken van de voorstellingen Waltz en Infinite.

De Châtel is ook belangrijk voor jonge dansers. Al vroeg in haar carrière begon ze met het opleiden van een nieuwe generatie dansers en choreografen. Ze vindt het inspirerend om te zien hoe iemand zich ontwikkelt en blijft haar leerlingen graag tot aan het eind van hun carrière volgen. Ze richtte een stichting op die niet alleen haar eigen werk beheert, ze draagt met de stichting ook zorg voor jong talent.