Van 1946 tot 1975 schreef Simon Carmiggelt in Het Parool elke dag een Kronkel. Dat was niet wat we nu een column zouden noemen, maar meer een levensschets. Een man – onmiskenbaar Carmiggelt zelf – slentert door de stad en belandt in een komische situatie of heeft, vaak in de kroeg, een ontmoeting met een kleurrijk type. Ruim dertig jaar na Carmiggelts dood blijkt dat de tijd zijn oeuvre niet heeft aangetast. Integendeel: zijn scherpe blik, zijn interesse in het menselijk onvermogen en zijn beeldende taal tillen zijn verhalen moeiteloos over de jaren heen. Tegelijk spreekt er een mentaliteit uit die vandaag de dag niet meer lijkt te bestaan: een grote rust, een overvloed aan tijd en vooral een vanzelfsprekend mededogen met buitenstaanders en mensen waar iets mee is.

Helmert Woudenberg zet Carmiggelt en zijn Kronkels opnieuw in de schijnwerpers en speelt een aantal grappige, maar ook droefgeestige gebeurtenissen en kleurrijke, maar ook ontroerende personages. Voor ouderen een nostalgisch weerzien, voor jongeren ongetwijfeld een prettige kennismaking met de tijd dat een glas bier een gulden kostte.