Nederlandse koloniale periode op vier continenten

In de tentoonstelling staat de slavernij in de Nederlandse koloniale periode centraal, van de 17de tot en met de 19de eeuw. Belicht worden landen en gebieden waar Nederland actief was in de slavenhandel en slavernij. Dat betekent dat we niet alleen kijken naar de trans-Atlantische slavernij (de driehoek NL-Afrika-de Amerika’s) met de rol van de WIC. Ook de Nederlandse koloniale slavernij in de landen rondom de Indische oceaan waar de VOC actief was, komt aan bod. Tevens belichten we de effecten van het systeem in die periode in Nederland zelf. Het levert een brede geografische, maar tevens specifiek Nederlandse blik op, die niet eerder in een nationaal museum is getoond.

De opzet: 10 waargebeurde verhalen uit het slavernijverleden

Tijdens de koloniale periode werden mensen tot bezit, tot objecten in administraties gemaakt. Namen en persoonlijke verhalen van mensen in slavernij zijn dan ook moeilijk terug te vinden. En wat vertellen namen van mensen in slavernij ons, als deze namen niet in vrijheid gekozen zijn, maar door degenen die hen als bezit toe-eigenden? Desondanks hebben we gekozen de tentoonstelling op te bouwen rondom tien echt bestaande personen uit die tijd. Dat zijn mensen in slavernij en slavenhouders, maar ook mensen die zich uit slavernij hebben vrij gevochten, een Afrikaanse bediende in Nederland en ook een Amsterdamse suiker-industrieel. Hoe zagen hun levens eruit? Hoe verhielden zij zich tot het systeem van slavernij? Konden zij eigen keuzes maken? De tentoonstelling zal niet op alle vragen een pasklaar antwoord geven, maar zet aan tot nadenken over een systeem waarbij mensen andere mensen als hun eigendom beschouwden. Door de geschiedenis van slavernij te voorzien van namen en gezichten maken we het onderwerp voor een breed publiek toegankelijk en invoelbaar.