Tekort aan textiel

Direct na de Duitse bezetting in 1940 valt de import weg. Textiel gaat ‘op de bon’, maar ook met bonnen is er al snel vrijwel niets te koop. Tientallen jurken en andere kledingstukken uit de oorlog, damesbladen, foto’s en zelfs films van chique modeshows, laten zien hoe het modebeeld verandert. “De textielkaart beïnvloedt de mode!” kopte De Telegraaf in oktober 1940.

Door de schaarste gaat iedereen creatief om met bestaande materialen. De oude herenkostuums krijgen een nieuw leven als mantelpak wat het model breder en rechter maakt. Om stof te besparen worden de rokken korter en minder geplooid. Jurken gemaakt van twee verschillende stoffen raken in de mode. Kousen worden zeer schaars, waardoor vrouwen voor het eerst lange broeken gaan dragen. Libelle schrijft in 1942 over de lange broeken-trend: “Wij zijn van mening dat deze dracht absoluut ongeschikt is voor winkeluitstapjes in de stad en zeer zeker misplaatst in een restaurant.”

Door het gebruik van allerlei materialen krijgt de kleding en het modebeeld een heel ander aanzien. Jurken worden gemaakt van jute en meelzakken, kragen van bont van mollen of muizen, schoenen van hout, autobanden, karton, kurk en stro en truien van hondenhaar. Nieuw is ook het nylon van parachutes, een tot dan toe nog onbekende stof die soepel valt en razend populair wordt voor trouwjurken. Meer weten over deze tentoonstelling ga naar de website van het Verzetsmuseum.